Camellia japonica

Decoratief blad Lichte schaduw Zure grond Klein Wintergroen Opvallende bloei

Description

Camellia japonica is de meest winterharde cameliasoort. Het is een prachtige struik met glanzend donkergroen, wintergroen blad en schitterende bloemen. Er bestaan vele honderden cultivars met witte, roze, rode of meerkleurige bloemen waarvan een aantal cultivars in grote delen van west- en centraal-Europa buiten kan geteeld worden op een enigszins beschutte standplaats. Andere cultivars moeten ’s winters vorstvrij overwinteren.
In de loop van de 19de eeuw ontpopte België zich tot een wereldcentrum van de cameliateelt. Meer dan 400 verschillende cultivars van Camellia japonica werden ontwikkeld door Belgische kwekers. Vele van die Belgische cultivars, die hier al lang verdwenen zijn, zijn vandaag nog wel aanwezig in collecties in Australië, Nieuw-Zeeland en de Verenigde Staten. In Europa vinden we ze terug in parken, private tuinen en kwekerijen in Frankrijk, Italië, Zwitserland, Portugal, Spanje, Tsjechië, Groot-Brittannië, en zelfs de kusten van de Zwarte Zee in Georgië.
Dat België een zo prominente rol speelde in de cameliateelt, had te maken met een samenloop van omstandigheden. Ten eerste hadden we in de negentiende eeuw een bloeiende tuinbouwsector met enkele bedrijven die tot de absolute wereldtop behoorden. Ten tweede ontwikkelden Gentse kwekers een nieuwe methode om camelias veel sneller te vermeerderen, wat hen een enorm concurrentieel voordeel opleverde. Ten derde, en hier kwam het toeval ter hulp, was in 1830 in de haven van Antwerpen een zending planten uit Japan van de Duitse arts en botanicus Von Siebold toegekomen. Von Siebold werkte voor de Oostindische Kompagnie op de Nederlandse handelsmissie Deshima voor de kust van Japan. Die plantencollectie, waaronder ook zes Japanse camelias, was bestemd voor de universitaire plantentuin van Leiden. Maar door de Belgische onafhankelijkheid bleef de hele lading achter in Antwerpen. De camelias, op sterven na dood, kwamen uiteindelijk terecht bij André Donckelaer, hoofdtuinier van de uni

Shape

  • Growing habit: Statige, sterk vertakte bossige struik, soms kleine boom, aanvankelijk vrij slank opgaand groeiend, later breder uitgroeiend met overhangende takken
  • Height: meestal 2-3 m, maar kan tot 15 m hoog worden
  • Width: 2-3 m, maar oude planten kunnen veel breder worden
  • Vigour: traag
  • Root system: 2-3 m, maar oude planten kunnen veel breder worden

Leaf

  • Shape: breed ovaal tot elliptisch, korte spitse top; 8-10 cm lang; zeer fijn getand; leerachtig
  • Color: glanzend donkergroen
  • Fall color: wintergroen
  • Special features:

Flower

  • Shape: Naargelang de vorm onderscheidt men enkele, halfgevulde, anemoon-, pioen- of roosbloemige, en gevulde bloemen. De enkele bloemen hebben 5 tot 8 bloemblaadjes; 4-10 cm doorsnede; opvallende meeldraden; bloemen staan zonder steeltje aan de toppen van de takken en soms in de bladoksels
  • Color: wit, roze, rood, soms twee- of driekleurig; meeldraden geel
  • Point of time: februari-mei, afhankelijk van de cultivar
  • Special features: zeer lang bloeiend; niet geurend; bloemknoppen en bloemen kunnen te lijden hebben van vorst

Fruit

  • Shape: houterige vruchtcapsules
  • Color:
  • Point of time:

Stem

  • Stem / bark: Glad; jonge takken roodachtig groen, op latere leeftijd donker roodbruin

Cultivation requirements

  • Stand: Beschutte standplaats in lichte schaduw
  • Ground: Camelias hebben een zure (rond pH 6) en humusrijke grond nodig. De grond moet goed vochthoudend zijn, maar ze verdragen niet om langere tijd met de voeten in het water te staan. Daarom moet altijd gezorgd worden voor een goede drainage.
  • Climate zone: 8b
  • Special features:

Share this page