Cornus sanguinea Winter Beauty

Decoratief blad Opvallende herfstverkleuring Lichte schaduw Bladverliezend Klein Decoratieve schors Volle zon

Description

Zeer aantrekkelijke cultivar van de inheemse rode kornoelje (syn. ‘Anny’, ‘Winter Flame’). De jonge twijgen zijn aanvankelijk geel en verkleuren geleidelijk aan oranje tot fel rood bovenaan. Ook de gele herfstverkleuring is zeer aantrekkelijk. Groeit minder sterk dan de soort en vormt ook veel minder uitlopers.
Geselecteerd in de jaren ‘80 door de Nederlandse kweker Andre van Nijnatten uit Zundert. In 1987 in Boskoop bekroond als de beste nieuwe introductie.

Shape

  • Growing habit: meerstammige, breed ovaal uitgroeiende struik met talrijke opgaande, weinig vertakte grondscheuten die op oudere leeftijd gaan overhangen
  • Height: 1,5-2,5 m
  • Width: 1,5-3 m
  • Vigour: sterk
  • Root system: Vormt worteluitlopers; Takken die op de grond liggen schieten wortel. Goed bestand tegen verdichting

Leaf

  • Shape: kruisgewijs tegenoverstaand, aan korte stengels; enkelvoudig; gaafrandig; elliptisch tot eirond, scherp spits toelopend, met ronde voet, 5-8 cm lang; typisch nervenpatroon met 3 tot 5 paar zijnerven die gebogen naar de top van het blad lopen; behaard
  • Color: lichtgroen
  • Fall color: oranjegeel
  • Special features:

Flower

  • Shape: kleine stervormige, viertallige bloemen (0,5-1 cm), met 4 meeldraden, 1 stijl en 1 stempel; staan op korte zijtakjes in vlakke bloemschermen van ong. 5 cm
  • Color: vaalwit
  • Point of time: Juni, soms lichte herbloei in de herfst
  • Special features: Bloei is meestal niet erg opvallend. Bij struiken die in de winter zijn gesnoeid, blijft de bloei zelfs achterwege omdat ze bloeien op overjaars hout.

Fruit

  • Shape: kleine bolronde steenvruchtjes, 6-8 mm groot, staan in trosjes bij elkaar aan rode stengels; elke vrucht bevat een ovale steen
  • Color: blauwzwart, bladstelen rood
  • Point of time: Zeer geliefd bij vogels; eetbaar, maar weinig smakelijk

Stem

  • Stem / bark: Jonge twijgen zijn erg decoratief tijdens de winter. Onderaan geel, vurig oranje en rood naar de toppen toe, vooral in volle zon. Aan de schaduwkant blijven ze geel.

Cultivation requirements

  • Stand: Zon/lichte schaduw
  • Ground: vochtige, bij voorkeur matig tot zeer voedselrijke, humeuze, zwak zure tot liefst kalkhoudende grond.
  • Climate zone: 4
  • Special features: Verdraagt zeer goed stadsklimaat en industriële vervuiling; ook geschikt voor zeeklimaat. Gevoelig voor strooizoutOm de twee à drie jaar tot tegen de grond snoeien om nieuwe jonge groei te stimuleren

Share this page