Cornus alba Sibirica

Decoratief blad Opvallende herfstverkleuring Lichte schaduw Bladverliezend Klein Decoratieve schors Volle zon

Description

Een van de beste cultivars van de witte kornoelje met glanzend, fel koraalrode wintertwijgen. Heeft een meer opgaande groeiwijze dan de soort en groene bladeren die in de herfst mooi verkleuren. Bessen zijn opvallend blauw. Groeit iets trager en blijft ook wat kleiner dan de soort.
Ontstond waarschijnlijk in 1838 in het bekende Westonbirt Arboretum in het Britse Gloucestershire, maar er bestaat enige verwarring over de preciese oorsprong vermits er tal van vormen in de handel zijn met licht afwijkende kenmerken. Award of garden Merit (AGM) 1993, 2002

Shape

  • Growing habit: meerstammige ovaalvormige struik met talrijke opgaande, weinig vertakte grondscheuten die op oudere leeftijd gaan overhangen
  • Height: 2-3 m
  • Width: 1-2 m
  • Vigour: snel
  • Root system: Takken die op de grond liggen schieten wortel. Goed bestand tegen verdichting

Leaf

  • Shape: tegenoverstaand; enkelvoudig; gaafrandig; elliptisch tot breedovaal, bijna rond, scherp spits toelopend, met ronde voet, 5-10 cm lang; typisch nervenpatroon met zijnerven die gebogen naar de top van het blad lopen
  • Color: groen
  • Fall color: fel rood
  • Special features:

Flower

  • Shape: kleine stervormige, viertallige bloemen (0,5-1 cm) in eindstandige, vlakke bloemschermen van 4-8 cm
  • Color: crèmewit
  • Point of time: na het blad in mei-juni, soms lichte herbloei in september-oktober
  • Special features: Bloei is meestal niet erg opvallend. Bij struiken die in de winter zijn gesnoeid, blijft de bloei zelfs achterwege omdat ze bloeien op overjaars hout.

Fruit

  • Shape: kleine ronde steenvruchtjes, staan in trosjes bij elkaar aan rode stengels; elke vrucht bevat een ovale steen die aan het uiteinde is afgeplat
  • Color: blauw
  • Point of time: juni-augustus

Stem

  • Stem / bark: Roodbruin in de zomer, fel koraalrood in de winter. Jonge takken hebben talrijke grijswitte kurklijsten. De oudere takken krijgen uiteindelijk een grijsbruine kleur. Daarom moet de struik om de twee à drie jaar tot tegen de grond worden gesnoeid om steeds jonge, sterk roodverkleurende takken te krijgen.

Cultivation requirements

  • Stand: Zon/halfschaduw
  • Ground: Weinig veeleisend, groeit zelfs op arme gronden; verkiest een goed doorlatende maar vochthoudende grond.
  • Climate zone: 3
  • Special features: Verdraagt zeer goed stadsklimaat en industriële vervuiling; Om de twee à drie jaar tot tegen de grond snoeien om nieuwe jonge groei te stimuleren

Share this page