Cornus sanguinea

Decoratief blad Opvallende herfstverkleuring Lichte schaduw Bladverliezend Klein Decoratieve schors Volle zon

Description

De rode kornoelje heeft in herfst en winter bloedrode twijgen, vooral aan de zonnekant. Hij bloeit in mei-juni met witte bloemschermen. De vruchten zijn blauwzwart. Het is vooral in de winter een zeer decoratieve en opvallende plant vanwege de rode schors.
De rode kornoelje komt in heel Europa voor, behalve in het noorden en noordoosten. Hij is nauw verwant met de Aziatische C. alba en de Noord-Amerikaanse C. sericea (of C. stolonifera).
De rode kornoelje wordt al sinds eeuwen aangeplant zowel als nuts- en als sierplant. De jonge takken werden vroeger gebruikt voor het maken van visfuiken. Uit de pitten werd tot in de 19de eeuw een olie geperst die gebruikt werd als brandstof voor lantaarns en voor de produktie van zeep.
Er bestaan een hele reeks cultivars met een meer uitgesproken rode stamkleur.

Shape

  • Growing habit: meerstammige, breed ovaal uitgroeiende struik met talrijke opgaande, weinig vertakte grondscheuten die op oudere leeftijd gaan overhangen
  • Height: 2-4 m
  • Width: 2-4 m
  • Vigour: matig
  • Root system: Vormt zeer veel worteluitlopers; Takken die op de grond liggen schieten wortel. Goed bestand tegen verdichting

Leaf

  • Shape: kruisgewijs tegenoverstaand, aan korte stengels; enkelvoudig; gaafrandig; elliptisch tot eirond, scherp spits toelopend, met ronde voet, 5-8 cm lang; typisch nervenpatroon met 3 tot 5 paar zijnerven die gebogen naar de top van het blad lopen; behaard
  • Color: groen
  • Fall color: oranjegeel tot roodbruin
  • Special features:

Flower

  • Shape: kleine stervormige, viertallige bloemen (0,5-1 cm), met 4 meeldraden, 1 stijl en 1 stempel; staan op korte zijtakjes in vlakke bloemschermen van ong. 5 cm
  • Color: vaalwit
  • Point of time: Juni, soms lichte herbloei in de herfst
  • Special features: Bloei is meestal niet erg opvallend. Bij struiken die in de winter zijn gesnoeid, blijft de bloei zelfs achterwege omdat ze bloeien op overjaars hout.

Fruit

  • Shape: kleine bolronde steenvruchtjes, 6-8 mm groot, staan in trosjes bij elkaar aan rode stengels; elke vrucht bevat een ovale steen.
  • Color: blauwzwart, bladstelen rood
  • Point of time: september-oktober

Stem

  • Stem / bark: De takken zijn 's winters paarsrood gekleurd. De jonge takken zijn het hele jaar rood, vooral in volle zon. De oudere takken krijgen uiteindelijk een grijsbruine kleur. Daarom moet de struik om de twee à drie jaar tot tegen de grond worden gesnoeid om steeds jonge, sterk roodverkleurende takken te krijgen. Hout heeft onaangename geur.

Cultivation requirements

  • Stand: Zon/lichte schaduw
  • Ground: vochtige, bij voorkeur matig tot zeer voedselrijke, humeuze, zwak zure tot liefst kalkhoudende grond.
  • Climate zone: 4
  • Special features: Verdraagt zeer goed stadsklimaat en industriële vervuiling; ook geschikt voor zeeklimaat. Gevoelig voor strooizoutOm de twee à drie jaar tot tegen de grond snoeien om nieuwe jonge groei te stimuleren

Share this page