Cornus florida f. rubra

Decoratief blad Opvallende herfstverkleuring Lichte schaduw Bladverliezend Klein Giftig Opvallende vrucht Decoratieve schors Opvallende bloei

Description

Dit is een zeer oude vorm van de Amerikaanse kornoelje met roze schutblaadjes en bruingroen jong blad. Waarschijnlijk gaat het om een spontaan ontstane variëteit die voor het eerst in 1731 werd beschreven en sindsdien ook in cultuur is. Onder deze naam worden diverse roosbloemige types verkocht die in details afwijken van de oorspronkelijke vorm.
Het is een zeer schilderachtige, laagvertakte of meerstammige forse struik of kleine boom met sierlijk uitwaaierende takken en een spectaculaire bloei in het voorjaar. Bovendien heeft hij een schitterende herfstverkleuring en aantrekkelijke vruchtjes. Groeit iets minder sterk dan de soort.

Shape

  • Growing habit: Hoge en brede struik of kleine boom, meestal laagvertakt of meerstammig, met onregelmatige, wat afgeplatte kroon en bijna horizontaal uitwaaierende takken die de plant een karakteristieke habitus geven
  • Height: 5-10 m
  • Width: 5-10 m
  • Vigour: matig
  • Root system: gevoelig voor bodemverdichting

Leaf

  • Shape: tegenoverstaand, aan korte stengels; enkelvoudig; gaafrandig; elliptisch tot ovaal, scherp spits toelopend, met ronde voet, 8-15 cm lang en ongeveer half zo breed; typisch nervenpatroon met 6 tot 7 paar zijnerven die gebogen naar de top van het blad lopen; licht behaard
  • Color: donkergroen, de onderkant is lichter groen, grijsbehaard; het jonge blad loopt roodgroen uit
  • Fall color: dieprood tot paars
  • Special features:

Flower

  • Shape: zeer kleine, stervormige, viertallige bloemen (0,5-1 cm), met 4 meeldraden, 1 stijl en 1 stempel; staan in trosjes van ong. 2 cm, met daarrond vier schutblaadjes, 1 tot 4 cm groot, omgekeerd eivormig met spitse punt en meestal gesplitste top; de hele bloeiwijze is 5 tot 10 cm in diameter
  • Color: groen- tot geelwit, met donker roze schutblaadjes met zilverwit hartje; de kleur wordt iets bleker naarmate de bloei vordert
  • Point of time: mei-juni, gedurende een drietal weken
  • Special features: Zeer rijkbloeiend, maar in gematigd zeeklimaat met koele zomers, rijpen de bloemknoppen onvoldoende af en kunnen ze in de winter bevriezen

Fruit

  • Shape: kleine elliptisch tot ovaalvormige steenvruchtjes, 1 cm groot, staan in kleine trosjes bij elkaar
  • Color: rood
  • Point of time: september-oktober

Stem

  • Stem / bark: Grijs en glad op jonge leeftijd, later grijsbruin en zeer sfijn, maar sterk gegroefd; jonge twijgen zijn paarsig groen, later grijs en licht berijpt.

Cultivation requirements

  • Stand: lichte schaduw
  • Ground: Eerder vochtige, bij voorkeur voedselrijke, humeuze, zwak zure tot neutrale grond.
  • Climate zone: 6b
  • Special features: Gevoelig voor droogte; zo weinig mogelijk snoeienZeer gevoelig voor anthracnose, a schimmelaantasting door Discula destructiva, die sinds enkele jaren in de USA veel schade heeft aangericht. Daarom bij voorkeur aanplanten op een luchtige standplaats.

Share this page