Cornus florida Rainbow

Decoratief blad Opvallende herfstverkleuring Lichte schaduw Bladverliezend Klein Giftig Opvallende vrucht Decoratieve schors Opvallende bloei

Description

Decoratieve cultivar van de Amerikaanse kornoelje met hagelwitte bloemen mooi licht met donkergroen gepanacheerd blad. Hij vormt een laagvertakte of meerstammige forse struik of kleine boom met sierlijk uitwaaierende takken en een spectaculaire bloei in het voorjaar. Bovendien heeft hij een schitterende herfstverkleuring en aantrekkelijke vruchtjes.
Natuurlijke sport, geselecteerd in 1964 in Ohio (USA). 

Shape

  • Growing habit: Hoge en brede struik of kleine boom, meestal laagvertakt of meerstammig, met onregelmatige, wat afgeplatte kroon en bijna horizontaal uitwaaierende takken die de plant een karakteristieke habitus geven
  • Height: 5-10 m
  • Width: 5-10 m
  • Vigour: matig
  • Root system: gevoelig voor bodemverdichting

Leaf

  • Shape: tegenoverstaand, aan korte stengels; enkelvoudig; gaafrandig; elliptisch tot ovaal, scherp spits toelopend, met ronde voet, 8-15 cm lang en ongeveer half zo breed; typisch nervenpatroon met 6 tot 7 paar zijnerven die gebogen naar de top van het blad lopen; licht behaard
  • Color: donkergroen met onregelmatige bleek geel- of geelgroene rand en soms lichtroze tipjes
  • Fall color: dieprood tot paars met lichter geel- of rozigrode rand
  • Special features:

Flower

  • Shape: zeer kleine, stervormige, viertallige bloemen (0,5-1 cm), met 4 meeldraden, 1 stijl en 1 stempel; staan in trosjes van ong. 2 cm, met daarrond vier schutblaadjes, 1 tot 4 cm groot, omgekeerd eivormig met spitse punt en meestal gesplitste top; de hele bloeiwijze is 5 tot 10 cm in diameter
  • Color: groen- tot geelwit, met witte schutblaadjes
  • Point of time: mei-juni, gedurende een drietal weken
  • Special features: Zeer rijkbloeiend, maar in gematigd zeeklimaat met koele zomers, rijpen de bloemknoppen onvoldoende af en kunnen ze in de winter bevriezen

Fruit

  • Shape: kleine elliptisch tot ovaalvormige steenvruchtjes, 1 cm groot, staan in kleine trosjes bij elkaar
  • Color: rood
  • Point of time: september-oktober

Stem

  • Stem / bark: Grijs en glad op jonge leeftijd, later grijsbruin en zeer sfijn, maar sterk gegroefd; jonge twijgen rood, later grijs en licht berijpt.

Cultivation requirements

  • Stand: lichte schaduw
  • Ground: Eerder vochtige, bij voorkeur voedselrijke, humeuze, zwak zure tot neutrale grond.
  • Climate zone: 6b
  • Special features: Gevoelig voor droogte; zo weinig mogelijk snoeienZeer gevoelig voor anthracnose, a schimmelaantasting door Discula destructiva, die sinds enkele jaren in de USA veel schade heeft aangericht. Daarom bij voorkeur aanplanten op een luchtige standplaats.

Share this page