Cornus kousa

Decoratief blad Opvallende herfstverkleuring Lichte schaduw Bladverliezend Klein Eetbaar Opvallende vrucht Decoratieve schors Volle zon Opvallende bloei

Description

De Japanse kornoelje is, net als zijn Amerikaanse tegenhanger C. florida, een uitzonderlijk schilderachtige, laagvertakte of meerstammige forse struik of kleine boom met sierlijk uitwaaierende takken en een spectaculaire bloei in het begin van de zomer. Bovendien hebben ze een schitterende paarsrode herfstverkleuring en zeer decoratieve, framboosachtige vruchtjes. Het is de ideale sierstruik of –boom voor kleinere tuinen.
C. kousa heeft een meer opgaande groeiwijze en blijft iets kleiner en bloeit iets later dan de Amerikaanse C. florida. Het grote voordeel in vergelijking met C. florida is dat de bloemen in een gematigd zeeklimaat minder te lijden hebben van vorst en dat hij ongevoelig is voor anthracnose, een gevreesde schimmelaantasting door Discula destructiva, die sinds enkele jaren in de USA veel schade heeft aangericht bij C. florida.
Er bestaan twee variëteiten, Cornus kousa var. kousa, uit Japan en Korea, en Cornus kousa var. chinensis, uit China met iets grotere bladeren en bloemen. Er bestaan tientallen cultivars met witte, roze en roodpaarse bloemen, al dan niet met bontgekleurd blad, meestal geselecteerd van de Chinese variëteit.
Kousa is de Japanse volksnaam voor deze plant en betekent nadenken, idee of opinie
De twijgen worden gebruikt voor het vervaardigen van manden.

Shape

  • Growing habit: Hoge en brede struik of kleine boom, meestal laagvertakt of meerstammig, met aanvankelijk vaasvormige groeiwijze, later breder en ronder, met bijna horizontaal uitwaaierende typische gelaagde onderste takken
  • Height: 5-8 m
  • Width: 5-7 m
  • Vigour: traag tot matig
  • Root system: gevoelig voor bodemverdichting

Leaf

  • Shape: tegenoverstaand, aan korte stengels; enkelvoudig; gaafrandig; smal elliptisch tot ovaal, scherp spits toelopend, met ronde voet, 5-10 cm lang en ongeveer half zo breed; typisch nervenpatroon met 4 tot 5 paar zijnerven die gebogen naar de top van het blad lopen; zacht behaard; rand meestal licht golvend
  • Color: donkergroen, onderkant witbewaasd, met donkerbruine nerven.
  • Fall color: rood en dieppaars
  • Special features: Blad blijft zeer lang hangen

Flower

  • Shape: zeer kleine, stervormige, viertallige bloemen (1-2 mm), met 4 meeldraden, 1 stijl en 1 stempel; staan in trosjes van ong. 2 cm, met daarrond vier gegolfde schutblaadjes (bracteeën), 3 tot 5 cm groot, smal omgekeerd eivormig met spitse punt en lange spitse top; de hele bloeiwijze is 5 tot 9 cm in diameter en bedekt nagenoeg de hele tak.
  • Color: bleekgroen, eens bevrucht rozerood, met crèmewitte schutblaadjes die later lichtroze worden
  • Point of time: juni, gedurende een vier- vijftal weken; soms nabloei in de herfst
  • Special features: Zeer rijkbloeiend

Fruit

  • Shape: framboos- of lichyachtige samengegroeide steenvrucht met groffe schil, ong. 2 cm groot, aan lange steeltjes
  • Color: zachtrood aan buitenkant, geeloranje vruchtvlees
  • Point of time: rijpen in september-oktober. Blijven soms tot in de winter hangen

Stem

  • Stem / bark: Grijs en glad op jonge leeftijd, later grijsbruin met afbladerende bast met grijze, koperrode en olijfgroene tinten; jonge twijgen zijn groen of bruingroen, later grijs.

Cultivation requirements

  • Stand: Zon/halfschaduw
  • Ground: Eerder vochtige, bij voorkeur voedselrijke, humeuze, eerder zware, zwak zure tot neutrale grond.
  • Climate zone: 6b
  • Special features: Gevoelig voor droogte; zo weinig mogelijk snoeien

Share this page