Cornus sericea Kelseyi Dwarf (Cornus sericea Kelseyi)

Decoratief blad Opvallende herfstverkleuring Lichte schaduw Bladverliezend Klein Decoratieve schors Volle zon

Description

Cornus sericea ‘Kelseyi’ is een laagblijvende cultivar van de Amerikaanse C. sericea (of C. stolonifera). Die soort is zeer nauw verwant met de in Europa inheemse rode kornoelje, C. sanguinea, en met de Aziatische witte kornoelje, C. alba. ‘Kelseyi’ heeft fijne, aanvankelijk geelgroene, later purperbruine twijgen met frisgroene bladeren.
Amerikaanse introductie uit 1939 van de Kelsey Highlands Nursery in East Boxford (Massachusetts).

Shape

  • Growing habit: meerstammige, breed uitstoelende, rondvormige struik met talrijke opgaande, sterk vertakte grondscheuten die sterk doorbuigen.
  • Height: 0,6- 1 m
  • Width: 0,6- 1,5 m
  • Vigour: matig
  • Root system: Vormt worteluitlopers; Takken die op de grond liggen schieten wortel. Goed bestand tegen verdichting

Leaf

  • Shape: kruisgewijs tegenoverstaand, aan korte stengels; enkelvoudig; gaafrandig; langwerpig eirond, scherp spits toelopend, met ronde voet, 6-8 cm lang; typisch nervenpatroon met 3 tot 5 paar zijnerven die gebogen naar de top van het blad lopen; behaard
  • Color: middelgroen
  • Fall color: paarsgroen
  • Special features:

Flower

  • Shape: kleine stervormige, viertallige bloemen (0,5-1 cm), met 4 meeldraden, 1 stijl en 1 stempel; staan op korte zijtakjes in vlakke bloemschermen van ong. 5-7 cm
  • Color: crèmewit
  • Point of time: mei-juni
  • Special features: Bloeit veel minder uitbundig dan de soort. Bij struiken die in de winter zijn gesnoeid, blijft de bloei zelfs achterwege omdat ze bloeien op overjaars hout.

Fruit

  • Shape: kleine bolronde steenvruchtjes, 6 mm groot, staan in trosjes bij elkaar aan rode stengels; elke vrucht bevat een ronde steen.
  • Color: wit, bladstelen rood
  • Point of time: september-oktober

Stem

  • Stem / bark: De takken zijn 's winters donker paarsbruin. De jonge takken zijn aanvankelijk geelgroen. De oudere takken krijgen uiteindelijk een grijsbruine kleur. Daarom moet de struik om de twee à drie jaar tot tegen de grond worden gesnoeid om steeds jonge, sterk roodverkleurende takken te krijgen.

Cultivation requirements

  • Stand: Zon/lichte schaduw
  • Ground: vochtige, bij voorkeur matig tot zeer voedselrijke, humeuze, zwak zure tot liefst kalkhoudende grond
  • Climate zone: 2
  • Special features: Verdraagt zeer goed stadsklimaat en industriële vervuiling; ook geschikt voor zeeklimaat. Gevoelig voor strooizoutOm de twee à drie jaar tot tegen de grond snoeien om nieuwe jonge groei te stimuleren

Share this page