Cornus florida

Decoratief blad Opvallende herfstverkleuring Lichte schaduw Bladverliezend Klein Giftig Opvallende vrucht Decoratieve schors Opvallende bloei

Description

De Amerikaanse kornoelje is een zeer schilderachtige laagvertakte of meerstammige forse struik of kleine boom met sierlijk uitwaaierende takken en een spectaculaire bloei in het voorjaar. De soortnaam florida verwijst niet naar de Amerikaanse staat Florida, maar naar de rijke bloei. Bovendien hebben ze meestal ook een schitterende herfstverkleuring en aantrekkelijke vruchtjes. Ze behoren ongetwijfeld tot de mooiste sierstruiken voor de tuin. In de Verenigde Staten is het een van de meest aangeplante sierstruiken.
C. floridus komt van nature voor in het oosten van Noord-Amerika, van Massachusetts tot Ontario and Michigan, en van Texas tot Florida, meestal als onderhout in bossen. De schors werd vroeger gebruikt voor de bereiding van een rode kleurstof en voor de behandeling van koorts. De takken werden en worden nog steeds gebruikt voor manden. Het harde hout wordt gebruikt voor diverse kleine gebruiksvoorwerpen, zoals spoelen, katrollen, harken, juwelendoosjes, enz.
Er bestaan vele tientallen cultivars met witte, roze en roodpaarse bloemen, al dan niet met bontgekleurd blad.

Shape

  • Growing habit: Hoge en brede struik of kleine boom, meestal laagvertakt of meerstammig, met onregelmatige, wat afgeplatte ronde kroon en bijna horizontaal uitwaaierende takken die de plant een karakteristieke habitus geven
  • Height: 5-10 m
  • Width: 5-10 m
  • Vigour: matig
  • Root system: gevoelig voor bodemverdichting

Leaf

  • Shape: tegenoverstaand, aan korte stengels; enkelvoudig; gaafrandig; elliptisch tot ovaal, scherp spits toelopend, met ronde voet, 8-15 cm lang en ongeveer half zo breed; typisch nervenpatroon met 6 tot 7 paar zijnerven die gebogen naar de top van het blad lopen; licht behaard
  • Color: donkergroen, de onderkant is lichter groen, grijsbehaard
  • Fall color: rood en dieppaars
  • Special features:

Flower

  • Shape: zeer kleine, stervormige, viertallige bloemen, met 4 meeldraden, 1 stijl en 1 stempel; staan in trosjes van ong. 2 cm, met daarrond meestal vier, soms 6 of 8 schutblaadjes (bracteeën), 1 tot 4 cm groot, omgekeerd eivormig met spitse punt en meestal gesplitste top; de hele bloeiwijze is 5 tot 10 cm in diameter
  • Color: groen- tot geelwit, met witte, roze of roodpaarse schutblaadjes
  • Point of time: mei-juni, gedurende een drietal weken
  • Special features: Zeer rijkbloeiend, maar in gematigd zeeklimaat met koele zomers, rijpen de bloemknoppen onvoldoende af en kunnen ze in de winter bevriezen

Fruit

  • Shape: kleine elliptisch tot ovaalvormige steenvruchtjes, 1 cm groot, staan in kleine trosjes bij elkaar
  • Color: rood
  • Point of time: september-oktober

Stem

  • Stem / bark: Grijs en glad op jonge leeftijd, later grijsbruin en zeer sfijn, maar sterk gegroefd; jonge twijgen zijn groen of paarsig groen, later grijs en licht berijpt

Cultivation requirements

  • Stand: lichte schaduw
  • Ground: Eerder vochtige, bij voorkeur voedselrijke, humeuze, zwak zure tot neutrale grond.
  • Climate zone: 6b
  • Special features: Gevoelig voor droogte; zo weinig mogelijk snoeienZeer gevoelig voor anthracnose, een gevreesde schimmelaantasting door Discula destructiva, die sinds enkele jaren in de USA veel schade heeft aangericht. Daarom bij voorkeur aanplanten op een luchtige standplaats.

Share this page