Cornus alba

Decoratief blad Lichte schaduw Bladverliezend Klein Opvallende vrucht Decoratieve schors Volle zon

Description

De witte kornoelje is een bladverliezende struik van zo’n twee meter hoog die vooral gewaardeerd wordt voor de schitterend rode kleur van de jonge takken in de winter. De naam ‘alba’ (wit) verwijst naar de kleur van de vruchtjes. Rode kornoelje zou in feite een betere naam zijn geweest vanwege de felrode kleur van de schors in de winter. Maar die naam was reeds in gebruik voor de in het grootste deel van Europa inheemse C. sanguinea, die overigens zeer nauw verwant is met de witte kornoelje.
Cornus alba groeit van nature in een zone die loopt van Oost-Rusland (Siberië) over Noord-Oost-China tot Noord-Korea. Hij wordt al sinds het midden van de 18de eeuw in Europa geteeld.
Er bestaan tal van cultivars van C. alba met een meer uitgesproken rode kleur en/of met bont blad.

Shape

  • Growing habit: meerstammige ovaalvormige struik met talrijke opgaande, weinig vertakte grondscheuten die op oudere leeftijd gaan overhangen
  • Height: 2-3 m
  • Width: 2-4 m
  • Vigour: snel
  • Root system: Takken die op de grond liggen schieten wortel. Goed bestand tegen verdichting

Leaf

  • Shape: tegenoverstaand; enkelvoudig; gaafrandig; elliptisch tot ovaal, scherp spits toelopend, met ronde voet, 5-10 cm lang; typisch nervenpatroon met zijnerven die gebogen naar de top van het blad lopen.
  • Color: midden- tot donkergroen, onderkant blauw-groen
  • Fall color: geelgroen tot roodpaars, meestal niet echt opvallend
  • Special features:

Flower

  • Shape: kleine stervormige, viertallige bloemen (0,5-1 cm) in eindstandige, vlakke bloemschermen van 4-8 cm
  • Color: crèmewit
  • Point of time: na het blad in mei-juni, soms lichte herbloei in september-oktober
  • Special features: Bloei is meestal niet erg opvallend. Bij struiken die in de winter zijn gesnoeid, blijft de bloei zelfs achterwege omdat ze bloeien op overjaars hout.

Fruit

  • Shape: kleine ronde steenvruchtjes, staan in trosjes bij elkaar aan rode stengels; elke vrucht bevat een ovale steen die aan het uiteinde is afgeplat
  • Color: crèmewit met (meestal) blauwige schijn
  • Point of time: juni-augustus

Stem

  • Stem / bark: Roodbruin in de zomer, glanzend rood in de winter. Jonge takken hebben talrijke grijswitte kukrlijsten. De oudere takken krijgen uiteindelijk een grijsbruine kleur. Daarom moet de struik om de twee à drie jaar tot tegen de grond worden gesnoeid om steeds jonge, sterk roodverkleurende takken te krijgen.

Cultivation requirements

  • Stand: Zon/halfschaduw
  • Ground: Weinig veeleisend, groeit zelfs op arme gronden; verkiest een goed doorlatende maar vochthoudende grond.
  • Climate zone: 3
  • Special features: Verdraagt zeer goed stadsklimaat en industriële vervuiling; Om de twee à drie jaar tot tegen de grond snoeien om nieuwe jonge groei te stimuleren

Share this page