Cornus florida Cherokee Chief

Decoratief blad Opvallende herfstverkleuring Lichte schaduw Bladverliezend Klein Giftig Opvallende vrucht Decoratieve schors Opvallende bloei

Description

Populaire cultivar van de Amerikaanse kornoelje met dieproze schutblaadje, roodgroene jonge scheuten en dieprode herfstkleur. Het is een zeer schilderachtige, laagvertakte of meerstammige forse struik of kleine boom met sierlijk uitwaaierende takken en een spectaculaire bloei in het voorjaar. Bovendien heeft hij een schitterende herfstverkleuring en aantrekkelijke vruchtjes. Groeit trager dan de soort en is beter bestand tegen schimmelaantasting. 
Geïntroduceerd in 1956 door Howell Nursery (Tennessee, USA). Award of Garden Merit (AGM) 1993, 2002.

Shape

  • Growing habit: Hoge en brede struik of kleine boom, meestal laagvertakt of meerstammig, met onregelmatige, wat afgeplatte kroon en bijna horizontaal uitwaaierende takken die de plant een karakteristieke habitus geven
  • Height: 5-8 m (kan in het wild tot 15m hoog worden)
  • Width: 5-8 m
  • Vigour: matig
  • Root system: gevoelig voor bodemverdichting

Leaf

  • Shape: tegenoverstaand, aan korte stengels; enkelvoudig; gaafrandig; elliptisch tot ovaal, scherp spits toelopend, met ronde voet, 8-15 cm lang en ongeveer half zo breed; typisch nervenpatroon met 6 tot 7 paar zijnerven die gebogen naar de top van het blad lopen; licht behaard
  • Color: donkergroen, de onderkant is lichter groen, grijsbehaard; het jonge blad loopt roodgroen uit
  • Fall color: dieprood tot paars
  • Special features:

Flower

  • Shape: zeer kleine, stervormige, viertallige bloemen (0,5-1 cm), met 4 meeldraden, 1 stijl en 1 stempel; staan in trosjes van ong. 2 cm, met daarrond vier schutblaadjes, 1 tot 4 cm groot, omgekeerd eivormig met spitse punt en meestal gesplitste top; de hele bloeiwijze is 5 tot 10 cm in diameter
  • Color: groen- tot geelwit, met dieproze schutblaadjes, iets lichter, bijna wit aan de top en de voet; de kleur wordt iets bleker naarmate de bloei vordert
  • Point of time: mei-juni, gedurende een drietal weken
  • Special features: Zeer rijkbloeiend, maar in gematigd zeeklimaat met koele zomers, rijpen de bloemknoppen onvoldoende af en kunnen ze in de winter bevriezen; de roze kleur is bleker op een zonnige standplaats

Fruit

  • Shape: kleine elliptisch tot ovaalvormige steenvruchtjes, 1 cm groot, staan in kleine trosjes bij elkaar
  • Color: rood
  • Point of time: september-oktober

Stem

  • Stem / bark: Grijs en glad op jonge leeftijd, later grijsbruin en zeer sfijn, maar sterk gegroefd; jonge twijgen rood, later grijs en licht berijpt.

Cultivation requirements

  • Stand: lichte schaduw
  • Ground: Eerder vochtige, bij voorkeur voedselrijke, humeuze, zwak zure tot neutrale grond.
  • Climate zone: 6b
  • Special features: Gevoelig voor droogte; zo weinig mogelijk snoeien

Share this page