Cotinus coggygria Rubrifolius Group

Decoratief blad Opvallende herfstverkleuring Bladverliezend Klein Opvallende vrucht Volle zon Opvallende bloei

Description

Vroeger beschouwd als een aparte cultivar, wordt C. coggygria ‘Rubrifolius’ tegenwoordig beschouwd als een groep van oudere, sterk op elkaar lijkende cultivars met paarsrode bladeren en/of paarsrode bloemen in diverse tinten. Tot de groep behoren vormen die vrijwel identiek zijn aan de roodbladige cultivar ‘Foliis Purpureis’, maar ook cultivars met eerder roodgroen blad en purperen bloeiwijze die dan weer eerder aanleunen bij de cultivar ‘Purpureus’
Het is elegante struik, met een erg attractieve bloei/vruchtwijze in de zomer en een opvallende herfstkleur.

Shape

  • Growing habit: Vrij grote bladverliezende struik of kleine één- of meerstammige boom, met opgaande en breed uitspreidende takken die een wat onregelmatige, breedronde, nogal open kroon vormen.
  • Height: 3-4 m
  • Width: 3-4 m
  • Vigour: matig
  • Root system: gevoelig voor verdichting en verharding

Leaf

  • Shape: enkel, tegenoverstaand, lang gesteeld; langwerpig ovaalvormig, 5-8 cm; gaafrandig
  • Color: Paarsrood, in diverse tinten, soms ook roodgroenen bladeren
  • Fall color: licht rood
  • Special features: Onaangename geurVereist een plek in volle zon om de kleur tot volle ontwikkeling te laten komen.

Flower

  • Shape: De kleine (3 mm), meestal steriele bloemen staan in grote losse, verderachtig gesteelde pluimen, tot 20 cm lang, als in een wolk boven de struik. Nadat de bloemen zijn afgevallen groeien de langharige bloemstelen uit en zorgen heel de zomer voor een wollig, pruikachtig effect
  • Color: bruin- tot paarsrood op violette stelen; de bloemstelen verkleuren in de loop van de zomer paarsig grijs.
  • Point of time: mei-juli
  • Special features: Bloeit op tweejarig hout

Fruit

  • Shape: De kleine vruchten met één zaadje staan op de uitgebloeide bloempluimen, en zijn omgeven door paarsig grijze, harige slierten die het geheel een pruikachtig uitzicht geven
  • Color: glimmend bruin
  • Point of time: vanaf juli

Stem

  • Stem / bark: Gladde, paarsbruine takken, bekleed met een bloem-achtig was. Bij het ouder worden wordt de bast lichtgrijs met talrijke kurkvlekken, in fijne schilletjes afbladderend. De twijgen bevatten een gele kleurstof die voor het verven van kleren en leer gebruikt werd. Ruiken onaangenaam

Cultivation requirements

  • Stand: Een tegen wind beschutte standplaats in volle zon
  • Ground: Bij voorkeur vrij droge, goed doorlaatbare, humeuze maar eerder arme grond. Neutraal tot sterk alkalisch (pH 5-7,5). Op vruchtbare grond groeien ze te snel en is de herfstkleur minder goed.
  • Climate zone: 6a
  • Special features: Zeer goed bestand tegen stadsklimaat; zo weinig mogelijk snoeien

Share this page