Cotinus coggygria

Decoratief blad Opvallende herfstverkleuring Bladverliezend Klein Opvallende vrucht Volle zon Opvallende bloei

Description

Deze pruikenboom is inheems in een gebied dat loopt van het zuidoosten van Frankrijk door Turkije en Oekraïne tot naar de Himalaya en China. Hij groeit daar meestal op kalkrijke hellingen en tussen rotsen. In het Engels wordt hij ook de Venetian Sumac genoemd, een verwijzing naar zijn Zuiderse herkomst.
Hij werd reeds in de oudheid gekweekt rond de Middellandse Zee en in het Midden-Oosten, onder meer omwille van zijn medicinale eigenschappen. Hij werd door de beroemde botanicus Clusius naar Europa gebracht en is hier sinds 1594 in cultuur.
Het is een zeer elegante struik, met een opvallende en erg attractieve bloeiwijze in de zomer en een schitterende herfstverkleuring. De twijgen bevatten een gele kleurstof die voor het verven van kleren en leer gebruikt werd.
Award of Garden Merit (AGM) 1993, 2002
Van deze soort bestaan verschillende cultivars met rood tot paars blad en/of een compactere vorm. Ook bestaan er een aantal paarsbladige hybride vormen (de zg. Dummer-hybriden), ontstaan door kruising van C. coggygria met de Amerikaanse C. obovatus.

Shape

  • Growing habit: Vrij grote bladverliezende struik of kleine één- of meerstammige boom, met opgaande en breed uitspreidende takken die een wat onregelmatige, breedronde, nogal open kroon vormen.
  • Height: 3-5m
  • Width: 3-5m
  • Vigour: matig
  • Root system: gevoelig voor verdichting en verharding

Leaf

  • Shape: enkel, tegenoverstaand, lang gesteeld; langwerpig ovaalvormig, 5-8 cm; gaafrandig
  • Color: lichtgroen
  • Fall color: schitterend oranjegeel tot rood
  • Special features: Onaangename geur

Flower

  • Shape: De kleine (3 mm), meestal steriele bloemen staan in grote losse, verderachtig gesteelde pluimen, tot 20 cm lang, als in een wolk boven de struik. Nadat de bloemen zijn afgevallen groeien de langharige bloemstelen uit en zorgen heel de zomer voor een wollig, pruikachtig effect
  • Color: geelgroen op violette stelen; de bloemstelen verkleuren in de loop van de zomer rozig grijs
  • Point of time: mei-juli
  • Special features: Bloeit op tweejarig hout

Fruit

  • Shape: De kleine vruchten met één zaadje staan op de uitgebloeide bloempluimen, en zijn omgeven door rozig grijze, harige slierten die het geheel een pruikachtig uitzicht geven
  • Color: glimmend bruin
  • Point of time: vanaf juli

Stem

  • Stem / bark: Gladde, paarsbruine takken, bekleed met een bloem-achtig was. Bij het ouder worden wordt de bast lichtgrijs met talrijke kurkvlekken, in fijne schilletjes afbladderend. De twijgen bevatten een gele kleurstof die voor het verven van kleren en leer gebruikt werd. Ruiken onaangenaam.

Cultivation requirements

  • Stand: Een tegen wind beschutte standplaats in volle zon
  • Ground: Bij voorkeur vrij droge, goed doorlaatbare, humeuze maar eerder arme grond. Neutraal tot sterk alkalisch (pH 5-7,5). Op vruchtbare grond groeien ze te snel en is de herfstkleur minder goed.
  • Climate zone: 6a
  • Special features: Zeer goed bestand tegen stadsklimaat; zo weinig mogelijk snoeien

Share this page