Cercis canadensis Appelachian Red

Decoratief blad Lichte schaduw Droge standplaats Bladverliezend Klein Eetbaar Opvallende vrucht Opvallende geur Decoratieve schors Volle zon Opvallende bloei

Description

De Amerikaanse of Canadese Judasboom vormt een forse struik of een kleine tot middelgrote, meestal meerstammige boom. Hij onderscheidt zich van de Europese C. siliquastrum door het iets meer toegespitste, en dunner blad. In Amerika wordt hij ook iets groter, maar in ons klimaat worden ze ongeveer even groot. Deze soort is beter winterhard dan de Europese Judasboom, maar toch heeft hij een beschutte, warme standplaats nodig om goed te bloeien.
De soortnaam canadensis is niet helemaal correct: de boom komt van nature voor in van het zuiden tot het midden en oosten van Noord-Amerika, maar niet in Canada.
De bloemen worden rauw in salades gegeten, of ook verwerkt tot een soort pickles. In het Appelachengebergte werd de jonge twijgen ook gebruikt om wildgerechten te kruiden. Van de binnenkant van de bast wordt een mosterdkleurige verfstof gemaakt.
‘Appelachian Red’ (of ‘Apelachia Red’) is een vrij recente selectie die door de Amerikaanse plantenliefhebber Dr. Max Byrkit bij toeval werd gevonden op een verlaten terrein langs een autoweg in Maryland (USA). Deze selectie werd in 2005 bekroond met de Theodore Klein Plant Award van de University of Kentucky (USA). Deze selectie valt vooral op door de fuchsiaroze bloemen die veel feller van kleur zijn dan de soort.

Shape

  • Growing habit: forse, vaasvormige struik, of kleine, meestal meerstammige of laag vertakte boom met brede, afgeplatte schermvormige, sterk vertakte, nogal onregelmatige kroon met breed afstaande takken en grillige twijgen.
  • Height: 6-10 m, meestal kleiner
  • Width: 4-6 m
  • Vigour: matig
  • Root system: verdraagt geen verharding of verdichting; kan worteluitlopers vormen

Leaf

  • Shape: verspreid staand; enkelvormig (eigenlijk een samengesteld blad waarvan de twee helften volledig zijn vergroeid) rond tot niervormig, vrij breed met stompe top, hartvormig aan de voet; wat breder dan lang, ong. 8-10 cm lang en tot 16 cm breed; handnervig; dun papierachtig, aan de onderkant fijn behaard.
  • Color: bovenzijde glanzend donkergroen, onderkant lichter blauwig groen; bij uitlopen bronzig groen
  • Fall color: geel, weinig opvallend
  • Special features:

Flower

  • Shape: ,5 cm grote, gesteelde tweeslachtige, vlinderachtige bloemen met tot klokvormige kelken vergroeide meeldraden. Zij staan in bundels op tweejarige twijgen, oude takken of direct op de stam
  • Color: fel fuchsiaroze, feller van kleur dan de soort
  • Point of time: april-mei, voor het blad (=naaktbloeier), gedurende een drietal weken.
  • Special features: Geurend; goede bijenplant. eetbaar

Fruit

  • Shape: hangende peulvrucht, 5-10 cm lang, plat, vlak en fijn toegespitst. Bevat een tiental platte bruine zaden
  • Color: In het begin groen, later bruinrood
  • Point of time: vanaf eind juli. Ze blijven vaak tot het volgende voorjaar aan de boom

Stem

  • Stem / bark: Donker grijsbruin tot bijna zwart; aanvankelijk glad, op latere leeftijd fijne, diepe groeven en kan de schors in kleine plaatjes loskomen; donkerbruine twijgen

Cultivation requirements

  • Stand: Een beschutte, warme standplaats in zon / halfschaduw
  • Ground: Lichte, goed doorlaatbare, niet te voedselrijke grond. Verdraagt goed droogte.
  • Climate zone: 6b
  • Special features: Windgevoelig; verdraagt zeer goed droogteZeer geschikt voor stadsklimaat

Share this page