Cercis siliquastrum

Decoratief blad Opvallende herfstverkleuring Lichte schaduw Kalkhoudende grond Bladverliezend Klein Eetbaar Opvallende vrucht Opvallende geur Decoratieve schors Volle zon Opvallende bloei

Description

De gewone Judasboom is afkomstig van het oostelijke Middellandse-Zeegebied waar het een grote struik tot kleine, meerstammige boom is. Het is een zeer aantrekkelijke kleine, bladverliezende boom, vaak meerstammig, met grillige kroon. In koudere streken alleen te kweken als struik of als leiplant tegen een zuidmuur.
Bijzonderste kenmerk zijn de fel violetrode bloemen in het voorjaar die in bundels direct op de de kale takken en stam staan, en scherp afsteken tegen het donkere hout. Er bestaan verschillende cultivars met licht afwijkende bloemkleuren. Cercis siliquastrum ‘alba’ is een witte cultuurvariëteit. Ook de lange, roodbruine peulvruchten in het najaar zijn erg decoratief.
Wordt al minstens sinds de 16de eeuw als sierstruik gebruikt. Werd waarschijnlijk tijdens de kruistochten meegebracht uit het Midden-Oosten vanwege zijn symbolische betekenis als Judasboom.
Award of Garden Merit (AGM) 1993 en 2002

Shape

  • Growing habit: forse, trechtervormige struik, of kleine, meestal meerstammige boom met brede, schermvormige, wat grillige, sterk vertakte kroon; breed afstaande takken; de twijgen groeien zigzag.
  • Height: 6-10 m, meestal kleiner
  • Width: 3-5 m
  • Vigour: matig
  • Root system: verdraagt geen verharding of verdichting; kan worteluitlopers vormen

Leaf

  • Shape: verspreid staand; enkelvormig (eigenlijk een samengesteld blad waarvan de twee helften volledig zijn vergroeid) rond tot niervormig, vrij breed met stompe top, hartvormig aan de voet; wat breder dan lang, ong. 7-12 cm: 7-nervig
  • Color: bovenzijde glanzend donkergroen, onderkant lichter blauwig groen; bij uitlopen bronzig groen: bladstelen en nerven rood
  • Fall color: geel
  • Special features:

Flower

  • Shape: 2 cm grote, gesteelde tweeslachtige bloemen met tot klokvormige kelken vergroeide meeldraden. Zij staan in bundels op tweejarige twijgen, oude takken of direct op de stam.
  • Color: fel violetroze
  • Point of time: april-mei, voor het blad (=naaktbloeier), gedurende een drietal weken.
  • Special features: Geurend; goede bijenplant. De bloemen hebben een aangename, wat bittere smaak en kunnen rauw in een sla of gefrituurd gegeten worden.

Fruit

  • Shape: hangende peulvrucht, tot 12 cm lang, plat, vlak en fijn toegespitst. Bevat een tiental zwarte zaden
  • Color: In het begin zijn ze groen, later bruinrood
  • Point of time: vanaf eind juli. Ze blijven vaak tot het volgende voorjaar aan de boom

Stem

  • Stem / bark: Donker grijsbruin tot bijna zwart; aanvankelijk glad, op latere leeftijd fijne, diepe groeven; kale, roodbruine twijgen

Cultivation requirements

  • Stand: Een beschutte, warme standplaats in zon / halfschaduw
  • Ground: Lichte, goed doorlaatbare, niet te voedselrijke, en bij voorkeur kalkhoudende grond. Verdraagt goed droogte.
  • Climate zone: 7a
  • Special features: Windgevoelig; verdraagt zeer goed droogteZeer geschikt voor stadsklimaat

Share this page