Celtis occidentalis

Decoratief blad Bladverliezend Middelgroot Groot Eetbaar Decoratieve schors Volle zon

Description

De Westerse of Amerikaanse netel- of zweepboom is afkomstig uit het zuiden en het midden van de Verenigde Staten. Daar worden het indrukwekkende bomen met een dikke stam. Hij wordt zeer veel aangeplant als straatboom, maar ook op braakliggende terreinen om erosie tegen te gaan, als windscherm, enz. Hij groeit van nature op vochtige gebieden langs rivieren en overstromingsgebieden, maar verdraagt ook zeer goed droogte. Het was een van de eerste Amerikaanse bomen die rond 1636 in Europa werd geïntroduceerd, waarschijnlijk door de Britse quaker en botanicus John Tradescant.
Is veel beter vorstbestendig dan de Europese netelboom (C. australis), maar heeft warme, droge zomers nodig om goed te gedijen. In streken met gematigd klimaat blijft hij kleiner en is hij vooral te gebruiken als stadsboom.
De lange soepele twijgen worden onder meer gebruikt voor de productie van zwepen. Het hout wordt gebruikt in de meubelindustrie.

Shape

  • Growing habit: Jonge bomen vertonen een rechte stam met ovale kroon; bij ouder worden vertakt de stam vrij laag en wordt de kroon breed halfrond en onregelmatig, met vaak grillig, zigzag groeiende takken; de onderste takken sierlijk afhangend en buigzaam.
  • Height: 8-15 m
  • Width: 10 m
  • Vigour: vrij snel
  • Root system: vrij goed bestand tegen verharding en verdichting; vormt veel worteluitlopers

Leaf

  • Shape: hartvormig ovaal, lang toegespitst met een gedraaide punt; lijkt sterk op het blad van een iep en heeft net als de iep een asymmetrische bladbasis; alleen de bovenste helft is scherpgezaagd; ong. 10 cm lang. De bovenzijde is erg ruw, de onderzijde is zachtbehaard.
  • Color: donkergroen, onderzijde grijsgroen
  • Fall color: geelgroen
  • Special features: /

Flower

  • Shape: kleine eenslachtige bloemen zitten aan lange stelen tussen de bladeren
  • Color: geelgroen
  • Point of time: april-mei
  • Special features: Weinig opvallend

Fruit

  • Shape: kleine steenvrucht aan lange stelen; lijkt op een kers, ong. 1 cm in doorsnede
  • Color: eerst groen, later oranje tot paarsbruin verkleurend
  • Point of time: september-oktober

Stem

  • Stem / bark: Bruingrijs, heel ruw met onregelmatige kurklijsten, diepe inkepingen en wratachtige uitsteeksels

Cultivation requirements

  • Stand: zon
  • Ground: verdraagt elke grondsoort, nat of droog, arm of rijk, los en dicht; pH 4.5-8.0
  • Climate zone: 5a
  • Special features: Verdraagt zeer goed droogte; zeer goed bestand tegen stadsklimaat en industriële vervuiling; goed windbestendig

Share this page