Cupressocyparis ( x) leylandii Galway Gold (Cupressocyparis ( x) leylandii Castlewellan)

Decoratief blad Lichte schaduw Groot Wintergroen Volle zon

Description

x Cupressocyparis leylandii ‘Castlewellan’ is een geelbladige vorm van de bekende Leylandcipres. In de zomer is het blad licht geelgroen, in de winter meer bronsgroen. Hij groeit iets trager dan de gewone Leylandcipres, maar het blijft een snelgroeiende conifeer die vrij groot kan worden.
Deze cultivar ontstond in 1962 in Castlewellan in Noord-Ierland uit een kruising van Cupressus macrocarpa ‘Lutea’ en Chamaecyparis nootkatensis ‘Aurea’.
Hij vormt een dichtvertakte, regelmatige zuil- tot kegelvormige kroon met spitse top. Met het ouder worden wordt de kruin breder en meer open, en buigt de top om. De twijgen zijn enigszins afgeplat en vierkant van vorm, varenachtig vertakt. De kleine, spitse schubvormige bladeren, staan dicht rond de twijgen, in vier rijen, elkaar overlappend.
Deze Leylandcipres wordt zeer veel gebruikt als haagplant. Groot voordeel is dat hij zeer snel groeit. Maar dat is tegelijk een nadeel: hij moet meerdere keren per jaar gesnoeid worden om hem enigszins in toom te houden.

Shape

  • Growing habit: Als solitair vormt hij een zeer dichte, vrij smalle, zuil- tot kegelvormige kruin, met spitse, overbuigende top. Dicht vertakt vanaf de voet. Soms gevorkte hoofdstam; de zijtakken groeien sterk omhoog. De afhangende, varenachtig vertakte twijgen zijn waaiervormig afgeplat en ietwat vierkantig van vorm.
  • Height: 15-20 m
  • Width: 4-8 m
  • Vigour: zeer sterk
  • Root system: vrij goed bestand tegen verharding en verdichting

Leaf

  • Shape: spitse schubvormige bladeren, 0,5-2 mm; staan dicht rond de twijgen, in vier rijen, elkaar overlappend
  • Color: licht geelgroen, in de winter meer bronsgroen
  • Fall color: wintergroen
  • Special features: In strenge winters kunnen de bladtippen bruin verkleuren; licht aromatisch

Flower

  • Shape: kleine mannelijke eindstandige knotsen, 3-5 mm; vrouwelijke zijn kleine ronde kegeltjes
  • Color: mannelijke bloeiwijze is roodbruin, later geel, vrouwelijke geelgroen
  • Point of time: april-mei
  • Special features: Eenhuizig; meestal weinig of geen bloemen

Fruit

  • Shape: kleine ronde, houterige kegeltjes, 2 cm; 4 paar schubben met stompe stekel; eindstandig
  • Color: eerst groen, later glanzend donkerbruin
  • Point of time:

Stem

  • Stem / bark: Roodbruin en schilferig, op latere leeftijd afbladderend

Cultivation requirements

  • Stand: zon / lichte schaduw
  • Ground: elke normale, niet te natte of te droge tuingrond
  • Climate zone: 7a
  • Special features: windgevoelig; verdraagt droogte en is zeer geschikt voor stedelijke omgeving; verdraagt redelijk goed strooizout en zeewind

Share this page