Cupressocyparis ( x) leylandii

Decoratief blad Lichte schaduw Groot Wintergroen Volle zon

Description

De Leylandcipres, x Cupressocyparis leylandii, is een toevallig ontstane intergenerische hybride van de Montereycipres (Cupressus macrocarpa) en de Alaskaceder (Chamaecyparis nootkatensis). De kruising ontstond in 1888 op het domein van C.J. Leyland in Leighton Hall in Zuid-Wales. Het is een van de snelst groeiende en populairste coniferen voor de tuin. Hij kan ongesnoeid meer dan 30 m hoog en 10 m breed worden. Hij vormt een dichtvertakte, regelmatige zuil- tot kegelvormige kroon met spitse top. Met het ouder worden wordt de kruin breder en meer open, en buigt de top om. De twijgen zijn enigszins afgeplat en vierkant van vorm, varenachtig vertakt. De kleine, spitse schubvormige bladeren, staan dicht rond de twijgen, in vier rijen, elkaar overlappend.
De Leylandcipres wordt zeer veel gebruikt als haagplant. Groot voordeel is dat hij zeer snel groeit. Maar dat is tegelijk ook een nadeel: hij moet meerdere keren per jaar gesnoeid worden om hem enigszins in toom te houden. In Groot-Brittannië woedde enkele jaren geleden zelfs een soort ‘hedge war’ met uit de hand lopende burenruzies over de te hoge, hinderlijke leylandii-hagen. Volgens de lobbygroep ‘Hedgeline’ zouden er in Engeland en Wales 20 tot 50.000 ‘probleemhagen’ zijn en zouden ruim 100.000 mensen op een of andere manier betrokken zijn bij de hagenoorlog. Triest hoogtepunt was een incident enkele jaren geleden in Lincolnshire waar een bejaarde man zijn haagminnende buur doodschoot en nadien in zijn cel zelfmoord pleegde. Begin 2003 legde het Labour parlementslid Steve Pound een High Hedges Bill neer om paal en perk te stellen aan wat hij de ‘hagenterreur’ noemde. “Ik ben herhaaldelijk geconfronteerd geworden met de schrijnende miserie van eerlijke mensen wiens leven in een hel is veranderd door het ongecontroleerde en ondoordachte gebruik van Leylandii-hagen door onverantwoordelijke, egoïstische en soms zelfs kwaadaardige buren,” zo lichtte het parlementslid zi

Shape

  • Growing habit: Als solitair vormt hij een zeer dichte, vrij smalle, zuil- tot kegelvormige kruin, met spitse, overbuigende top. Dicht vertakt vanaf de voet. Soms gevorkte hoofdstam; de zijtakken groeien sterk omhoog. De afhangende, varenachtig vertakte twijgen zijn waaiervormig afgeplat en ietwat vierkantig van vorm.
  • Height: 20-30 m
  • Width: 5-10 m
  • Vigour: zeer sterk, meer dan 0,5 m per jaar
  • Root system: vrij goed bestand tegen verharding en verdichting

Leaf

  • Shape: spitse schubvormige bladeren, 0,5-2 mm; staan dicht rond de twijgen, in vier rijen, elkaar overlappend
  • Color: lichtgroen tot grijsgroen, lichter geelgroen aan de onderkant
  • Fall color: wintergroen
  • Special features: In strenge winters kunnen de bladtippen bruin verkleuren; licht aromatisch

Flower

  • Shape: kleine mannelijke eindstandige knotsen, 3-5 mm; vrouwelijke zijn kleine ronde kegeltjes
  • Color: mannelijke bloeiwijze is roodbruin, later geel, vrouwelijke geelgroen
  • Point of time: april-mei
  • Special features: Eenhuizig; vormt zelden bloemen

Fruit

  • Shape: kleine ronde, houterige kegeltjes, 2 cm; 4 paar schubben met stompe stekel; eindstandig
  • Color: eerst groen, later glanzend donkerbruin
  • Point of time:

Stem

  • Stem / bark: Roodbruin en schilferig, op latere leeftijd afbladderend

Cultivation requirements

  • Stand: zon / lichte schaduw
  • Ground: elke normale, niet te natte of te droge tuingrond.
  • Climate zone: 7a
  • Special features: windgevoelig; verdraagt droogte en is zeer geschikt voor stedelijke omgeving; verdraagt redelijk goed strooizout en zeewind

Share this page