Chamaecyparis obtusa 'Nana Gracilis'

Decoratief blad Lichte schaduw Zure grond Klein Opvallende geur Wintergroen Volle zon

Description

Chamaecyparis obtusa 'Nana Gracilis' is een van de populairste Hinokicipressen. Hij wordt meestal bestempeld als een semi-dwergvorm met aanvankelijk een breed bolronde, later een meer opgaande, kegelvormige groeiwijze. Hij groeit traag – na tien jaar is hij ongeveer 1 m hoog - en wordt vaak aangeraden voor rotstuintjes en potten. Maar uiteindelijk wordt het toch een vrij grote struik van zowat 2-3 m hoog en 1-2 meter breed, dus niet direct geschikt voor het doorsnee voortuintje of rotstuintje. In Engeland zijn zelfs oude exemplaren bekend van meer dan 10 m hoog.
Elegante habitus, met horizontaal gespreide, opgaande hoofdtakken en twijgen die als waaiers afhangen. De glanzend donkergroene twijgen zijn schelpachtig vertakt en gedraaid (men spreekt daarom ook van ‘mosselcipres’) en worden daarom graag gebruikt bij het bloemschikken.
Een typisch kenmerk van de Hinokicipres zijn de schubachtige blaadjes in twee groottes en twee vormen. Ze zitten paarsgewijs, elkaar overlappend, dicht op de twijgen. Op de jonge twijgen zijn de schubben nog niet volgroeid en lijken ze meer op brede naalden.
Japanse cultivar van rond 1874.
Award of Garden Merit 1993, 2002

Shape

  • Growing habit: Het is een semi-dwergvorm met aanvankelijk een breed bol- tot kogelronde, later een meer opgaande, kegelvormige groeiwijze; met horizontaal gespreide, opgaande hoofdtakken en dunne twijgen die als waaiers afhangen. De glanzend donkergroene twijgen zijn schelpachtig vertakt en gedraaid (men spreekt daarom ook van mosselcipres)
  • Height: 2-3 m
  • Width: 1-2 m
  • Vigour: zeer traag
  • Root system: gevoelig voor verdichting en verharding

Leaf

  • Shape: Kleine, dakpansgewijs overlappende schubbladeren met stompe top; paarsgewijs gerangschikt in twee verschillende groottes, de kleine ruitvormig, de grotere lang en smal;
  • Color: jonge loof is heldergroen, later glanzend donkergroen, met een wit x-kruisje aan de onderkant;
  • Fall color: wintergroen
  • Special features: eucalyptusgeur; In een strenge winter worden de topjes bruin, maar in het groeiseizoen verdwijnt dat weer

Flower

  • Shape: Kleine mannelijke kegels, knotsvormig, 3-5 mm lang; zitten aan de toppen van de twijgen. Vrouwelijke kegels zijn bolvormig, ong 1 cm groot; Ze zitten aan de toppen van kortere twijgen.
  • Color: De mannelijke katjes zijn roodbruin; vrouwelijke kegels zijn geelgroen tot lichtbruin
  • Point of time: april-mei
  • Special features: Eenhuizig

Fruit

  • Shape: Houtige, bolvormige kegels van 8 à 12 mm in doorsnede; met 8-12 geribbelde schubben met bovenaan een inkeping; gerangschikt in tegenoverstaande paren; zitten alleenstaand aan korte steeltjes; gevleugelde zaden
  • Color: eerst groen, uiteindelijk oranjebruin
  • Point of time: rijp september-oktober; rijpen in één jaar

Stem

  • Stem / bark: Bast is roodbruin en voelt zacht aan, bij het verouderen vezelig en diep gegroefd, schilfert in verticale lagen af

Cultivation requirements

  • Stand: zon / halfschaduw, enigszins beschut tegen wind
  • Ground: vochthoudende, goed gedraineerde, humeuze grond, zand of leem, neutraal tot zuur, geen kalk
  • Climate zone: 4
  • Special features: matig bestand tegen luchtverontreiniging; geschikt voor stedelijke omgeving

Share this page