Xanthocyparis nootkatensis Glauca (Chamaecyparis nootkatensis Glauca)

Decoratief blad Lichte schaduw Zure grond Middelgroot Wintergroen Volle zon

Description

Chamaecyparis nootkatensis ‘Glauca’ is een blauwbladige selectie van de Alaskacypres. De Alaskaceder is een sierlijke conifeer met een regelmatige kegelvormige kroon, vrij dicht vertakt met opstaande takken en topscheut en als waaiers afhangende, varenachtig vertakte twijgen. Groeit redelijk traag, maar wordt uiteindelijk toch een vrij grote boom die heel wat plaats nodig heeft en niet geschikt is voor kleine (voor)tuinen. Volwassen exemplaren kunnen meer dan 20 m hoog en 4-5 meter breed worden. Voor grotere tuinen is het echter een zeer decoratieve solitaire sierboom met opvallende kleur.

Shape

  • Growing habit: Opgaande groeiwijze met een doorgaande kop, soms meerstammig; eerder losse, regelmatige conische tot kegelvormige kroon, met vrij zware opstaande hoofdtakken en sterk afhangende zijtakken en twijgen
  • Height: 10-15 m
  • Width: 3-5 m
  • Vigour: matig
  • Root system: gevoelig voor verdichting en verharding

Leaf

  • Shape: lange, driehoekige overlappende schubbladeren, met scherpe punt, voorste deel afstaand, 3-6 mm lang; voelen ruw aan; zijn in vier rijen bevestigd aan de afgeplatte, horizontale, waaiervormige twijgen;
  • Color: blauw, vooral in het begin van het seizoen, later meer blauwgroen
  • Fall color: wintergroen
  • Special features: vallen na twee, drie jaar af; eerder onaangename terpentijngeur

Flower

  • Shape: Kleine mannelijke kegels (strobili), knotsvormig, 2-3 mm lang; zitten met veel aan de toppen van de twijgen. Vrouwelijke kegels zijn bolvormig, ong 1 cm groot; Ze zitten aan de toppen van kortere twijgen
  • Color: De mannelijke katjes zijn geel en uiteindelijk donkerbruin; vrouwelijke kegels zijn blauwgroen berijpt
  • Point of time: april-mei
  • Special features: Eenhuizig

Fruit

  • Shape: Houtige, bolvormige kegeltjes van 2-5 mm in doorsnede; met 4 schubben met korte stekel in het midden; gevleugelde zaden
  • Color: eerst blauwgroen berijpt, uiteindelijk donker grijsbruin
  • Point of time: rijp september-oktober

Stem

  • Stem / bark: Bast is roodbruin, later grijsbruin, bij het verouderen vezelig en ondiep onregelmatig gegroefd, schilfert in verticale lagen af. Takken aanvankelijk afgeplat, later meer rond en bedekt met verdroogde schubbladeren

Cultivation requirements

  • Stand: zon / halfschaduw, enigszins beschut tegen wind
  • Ground: vochthoudende, goed gedraineerde, humeuze grond, zand of leem, neutraal tot zuur, geen kalk
  • Climate zone: 5b
  • Special features: matig gevoelig voor luchtverontreiniging en droogte, wel zeer geschikt voor stedelijke omgeving

Share this page