Chamaecyparis lawsoniana Alumii

Decoratief blad Lichte schaduw Zure grond Middelgroot Opvallende geur Wintergroen Volle zon

Description

Chamaecyparis lawsoniana ‘Alumii’ is een langzaam groeiende cultivar van de Lawson-  of Californische cipres met grijzig blauwgroen blad. Geselecteerd in 1891. De kroon is heel dicht, aanvankelijk smal en kegelvormig, met takken vanaf de basis. De uiteinden van de takken groeien in het begin omhoog, bij het ouder worden groeien ze breder uit en buigen ze naar beneden. Groeit ongeveer 10-15 cm per jaar in de hoogte en 5 cm in de breedte. Na tien jaar is hij ongeveer 3 m hoog en 1 m breed, maar op termijn kan het een hoge en vrij brede boom worden die veel plaats inneemt. Hij kan gebruikt worden als haag, maar verdraagt niet goed snoei. Bovendien kunnen de bladeren uitdrogen door wind en koude.

Shape

  • Growing habit: De kroon is heel dicht, aanvankelijk smal en kegelvormig, met vrij korte takken vanaf de basis. De uiteinden van de takken groeien in het begin omhoog, bij het ouder worden groeien ze breder uit en buigen ze naar beneden. Uiteindelijk breed kegelvormig, met lossere kroon, topscheut overhangend
  • Height: 8-12 m
  • Width: 3 - 5 m
  • Vigour: matig
  • Root system: gevoelig voor verdichting en verharding

Leaf

  • Shape: Kleine, driehoekige overlappende schubbladeren, 3-5 mm lang; zijn in vier rijen bevestigd aan de afgeplatte, horizontale, waaiervormige twijgen. Ze doen denken aan varenbladeren en voelen zacht aan
  • Color: intens blauwgroen, later meer grijzig blauwgroen, met een doorzichtige klier in het midden en een wit wasachtig kruisje aan de onderkant
  • Fall color: wintergroen
  • Special features: aromatisch; blauwe kleur is het meest uitgesproken in volle zon

Flower

  • Shape: Kleine mannelijke kegels, knotsvormig, 3-5 mm lang; zitten met veel aan de toppen van de twijgen. Vrouwelijke kegels zijn bolvormig, ong 1 cm groot; Ze zitten aan de toppen van kortere twijgen.
  • Color: De mannelijke katjes zijn donker rood, later geel door het stuifmeel en uiteindelijk donkerbruin; vrouwelijke kegels zijn groen
  • Point of time: april-mei
  • Special features: Eenhuizig

Fruit

  • Shape: Houtige, bolvormige kegels van 7 à 10 mm in doorsnede; met 4 paar tolvormige, geribbelde schubben; met korte stekel in het midden; gevleugelde zaden
  • Color: eerst groen met blauwig waas, bij rijping purperbruin
  • Point of time: rijp september-oktober

Stem

  • Stem / bark: Bast is roodbruin later grijsbruin, bij het verouderen vezelig en diep gegroefd, schilfert in verticale lagen af

Cultivation requirements

  • Stand: zon / halfschaduw, enigszins beschut tegen wind
  • Ground: vochthoudende, goed gedraineerde, humeuze grond, zand of leem, neutraal tot zuur, geen kalk
  • Climate zone: 5a
  • Special features: matig gevoelig voor luchtverontreiniging en droogte, wel zeer geschikt voor stedelijke omgeving.

Share this page