Chamaecyparis lawsoniana Ellwoodii

Decoratief blad Lichte schaduw Zure grond Middelgroot Opvallende geur Wintergroen Volle zon

Description

Chamaecyparis lawsoniana ‘Ellwoodii’ is een kleinblijvende, kegelvormig groeiende cultivar van de Lawson-  of Californische cipres met opvallend blauwgroene schubbladen. Het grijsblauwe loof is zacht en pluimvormig. 'Ellwoodii' is een halve jeugdvorm. De conifeer houdt zijn priemvormige schubnaalden en krijgt op latere leeftijd geen echte schubben.
Volwassen exemplaren bereiken een hoogte van twee tot drie meter. Het is een sierlijke, slanke vorm, dicht vertakt met fraai opstaande takken en topscheuten. Hij heeft wel de neiging om na verloop van tijd meerdere kegelvormige zuilen te vormen waardoor hij breder wordt. Door de opgaande stammen weg te snoeien kan dat tegengegaan worden.
Chamaecyparis lawsoniana 'Ellwoodii' is als spontane zaailing gevonden in Swanmore Park, in het Britse Bishop's Waltham. De naam is een eerbetoon aan Ellwood, de hovenier van Swanmore Park. De vondst dateert uit de twintiger jaren van de vorige eeuw. Uit sporten van Chamaecyparis lawsoniana 'Ellwoodii' is een groot aantal nieuwe cultivars ontstaan, waaronder 'Ellwood's Gold' en 'Snow White'.
'Award of Garden Merit' 1993, 2002

Shape

  • Growing habit: De kroon is smal zuil- tot kegelvormig, heel dicht vertakt, met opgaande takken vanaf de basis. Hij heeft wel de neiging om na verloop van tijd meerdere zuilen te vormen waardoor hij breder wordt.
  • Height: 2-4 m
  • Width: 1-2 m
  • Vigour: matig
  • Root system: gevoelig voor verdichting en verharding

Leaf

  • Shape: Kleine, driehoekige overlappende schubbladeren, 3-5 mm lang; zijn in vier rijen bevestigd aan de afgeplatte, horizontale, waaiervormige twijgen. Ze doen denken aan varenbladeren en voelen zacht aan
  • Color: blauwgroen, aan de onderkant meer grijzig blauwgroen, met een doorzichtige klier in het midden en een wit wasachtig kruisje aan de onderkant
  • Fall color: wintergroen
  • Special features: aromatisch; blauwe kleur is het meest uitgesproken in de winter

Flower

  • Shape: Kleine mannelijke kegels, knotsvormig, 3-5 mm lang; zitten met veel aan de toppen van de twijgen. Vrouwelijke kegels zijn bolvormig, ong 1 cm groot; Ze zitten aan de toppen van kortere twijgen
  • Color: De mannelijke katjes zijn donker rood, later geel door het stuifmeel en uiteindelijk donkerbruin; vrouwelijke kegels zijn groen
  • Point of time: april-mei
  • Special features: Eenhuizig

Fruit

  • Shape: Houtige, bolvormige kegels van 7 à 10 mm in doorsnede; met 4 paar tolvormige, geribbelde schubben; met korte stekel in het midden; gevleugelde zaden
  • Color: eerst groen met blauwig waas, bij rijping purperbruin
  • Point of time: rijp september-oktober

Stem

  • Stem / bark: Bast is roodbruin later grijsbruin, bij het verouderen vezelig en diep gegroefd, schilfert in verticale lagen af

Cultivation requirements

  • Stand: zon / halfschaduw, enigszins beschut tegen wind
  • Ground: vochthoudende, goed gedraineerde, humeuze grond, zand of leem, neutraal tot zuur, geen kalk
  • Climate zone: 5b
  • Special features: matig gevoelig voor luchtverontreiniging en droogte, wel zeer geschikt voor stedelijke omgeving.

Share this page