Chamaecyparis obtusa Crippsii

Decoratief blad Lichte schaduw Zure grond Middelgroot Opvallende geur Wintergroen Volle zon

Description

Chamaecyparis obtusa ‘Crippsii’ is een middelgrote cultivar van de Japanese Hinokicipres met opvallend geel blad. Het is een van de mooiste grotere cultivars van deze soort door het gele blad en de elegante habitus, met horizontaal gespreide, afhangende hoofdtakken en platte, varenachtige, geveerd vertakte twijgen die als waaiers afhangen en aan de top naar binnen buigen
Een typisch kenmerk van de Hinokicipres zijn de schubachtige blaadjes in twee groottes en twee vormen. Ze zitten paarsgewijs, elkaar overlappend, dicht op de twijgen. Op de jonge twijgen zijn de schubben nog niet volgroeid en lijken ze meer op brede naalden.
Het is een traaggroeiende kegelvormige conifeer die na verloop van tijd meer dan 20 m hoog kan worden, maar dat duurt vele jaren. Omdat hij zo traag groeit kan hij ook in kleinere tuinen worden aangeplant.
Geselecteerd door Thomas Cripps & Sons in Tunbridge Wells, Engeland, voor 1899.
Award of Garden Merit 1993, 2002

Shape

  • Growing habit: Opgaande groeiwijze met centrale stam, die zich soms spontaan vertakt; kruin is vrij open, breed kegelvormig met horizontaal spreidende, zware hoofdtakken vanaf de voet die aan de top afhangen; platte, varenachtige geveerd vertakte twijgen die als waaiers afhangen en aan de top naar binnen buigen
  • Height: 5-15 m
  • Width: 2-4 m
  • Vigour: zeer traag
  • Root system: gevoelig voor verdichting en verharding

Leaf

  • Shape: Kleine, dakpansgewijs overlappende schubbladeren met stompe top; paarsgewijs gerangschikt in twee verschillende groottes, de kleine ruitvormig, de grotere lang en smal
  • Color: goudgeel aan de bovenkant, geelgroen onderaan, met een wit x-kruisje aan de onderkant; binnen in de boom zijn de blaadjes licht groen
  • Fall color: wintergroen
  • Special features: eucalyptusgeur; In een strenge winter worden de topjes bruin, maar in het groeiseizoen verdwijnt dat weer

Flower

  • Shape: Kleine mannelijke kegels, knotsvormig, 3-5 mm lang; zitten aan de toppen van de twijgen. Vrouwelijke kegels zijn bolvormig, ong 1 cm groot; Ze zitten aan de toppen van kortere twijgen.
  • Color: De mannelijke katjes zijn roodbruin; vrouwelijke kegels zijn geelgroen tot lichtbruin
  • Point of time: april-mei
  • Special features: Eenhuizig

Fruit

  • Shape: Houtige, bolvormige kegels van 8 à 12 mm in doorsnede; met 8-12 geribbelde schubben met bovenaan een inkeping; gerangschikt in tegenoverstaande paren; zitten alleenstaand aan korte steeltjes; gevleugelde zaden.
  • Color: eerst groen, uiteindelijk oranjebruin
  • Point of time: rijp september-oktober; rijpen in één jaar

Stem

  • Stem / bark: Bast is roodbruin en voelt zacht aan, bij het verouderen vezelig en diep gegroefd, schilfert in verticale lagen af

Cultivation requirements

  • Stand: zon / halfschaduw, enigszins beschut tegen wind
  • Ground: vochthoudende, goed gedraineerde, humeuze grond, zand of leem, neutraal tot zuur, geen kalk
  • Climate zone: 4
  • Special features: matig bestand tegen luchtverontreiniging

Share this page