Chamaecyparis pisifera Filifera Nana

Decoratief blad Lichte schaduw Klein Opvallende vrucht Wintergroen Volle zon

Description

Chamaecyparis pisifera ‘Filifera Nana’ is een semi-dwergvorm van de Sawaracipres Chamaecyparis pisifera ‘Filifera’ met frisgroen loof. De bladschubben zijn nog niet volgroeid zijn en lijken meer op brede naalden. Ze voelen zacht aan.
Hij heeft een afgeplatte, breed bolronde, enigszins kussenvormige groeiwijze, met horizontaal afstaande zijtakken die aan de top afhangen, en sierlijk als waaiers afhangende, smalle twijgen.
Hij groeit zeer traag – na 20 jaar is hij nauwelijks 0,5 hoog en ongeveer 1 m breed – maar uiteindelijk kan hij toch 2-3 m hoog en breed worden. Op termijn heeft hij de neiging om opgaande scheuten te vormen, waardoor hij meer in de hoogte groeit. Door deze scheuten te verwijderen, kan hij laag gehouden worden.

Shape

  • Growing habit: Regelmatige, breed afgeplatte bolronde, enigszins kussenvormige, op latere leeftijd een meer afgevlakt kegelvormige groeiwijze met horizontaal afstaande zijtakken die aan de top afhangen, en als waaiers afhangende twijgen.
  • Height: 1-3 m
  • Width: 1-3 m
  • Vigour: traag
  • Root system: gevoelig voor verdichting en verharding

Leaf

  • Shape: soepele, brede, spitse naalden, 6-8 mm lang, een beetje naar binnen geplooid; staan dicht bij elkaar op de twijgen; voelen zacht aan
  • Color: hel- tot donkergroen; met witte streepjes en vlekjes aan de onderkant
  • Fall color: wintergroen
  • Special features: citrusgeur

Flower

  • Shape: Kleine mannelijke kegels, knotsvormig, ong. 1 mm lang; zitten aan de toppen van de twijgen. Vrouwelijke kegels zijn bolvormig, 2-5 mm groot, ze zitten aan de toppen van kortere twijgen.
  • Color: De mannelijke katjes zijn donkerbruin; vrouwelijke kegels zijn violetbruin
  • Point of time: april-mei
  • Special features: Eenhuizig; bloemknoppen worden aangelegd voor de winter en zijn heel de winter zichtbaar

Fruit

  • Shape: Houtige, erwtvormige kegels van 4-8 mm in doorsnede; met 6-8 gladde schubben met bovenaan scherp uitsteeksel; gerangschikt in tegenoverstaande paren; zitten in kleine bundels aan korte steeltjes aan de top van de loten; gevleugelde zaden.
  • Color: eerst groen, uiteindelijk licht bruin
  • Point of time: rijp september-oktober; rijpen in één jaar; kegels blijven s winters aan de boom

Stem

  • Stem / bark: Bast is rood- tot oranjebruin, bij het verouderen vezelig en verticaal gegroefd, schilfert in verticale lagen af

Cultivation requirements

  • Stand: zon / halfschaduw, enigszins beschut tegen wind
  • Ground: vochthoudende, goed gedraineerde, humeuze grond, zand of leem, neutraal tot licht zuur, verdraagt ook matig kalk
  • Climate zone: 4
  • Special features: matig bestand tegen luchtverontreiniging en droogte; matig geschikt voor stedelijke omgeving.

Share this page