Chamaecyparis lawsoniana Ellwoods Gold

Decoratief blad Lichte schaduw Zure grond Klein Wintergroen Volle zon

Description

Chamaecyparis lawsoniana ‘Ellwood’s Gold’ is een spontane sport of mutant van de bekende C. lawsoniana ‘Elwoodii’ met goudgele puntjes en goudgele bladtoppen. Tijdens de zomer verbleken de uiteinden van de twijgjes, maar elk voorjaar geeft de cultivar een nieuwe lichting goudgele topjes. Het binnenste loof is geelgroen.
Het is net als C. lawsoniana ‘Elwoodii’ een kleinblijvende, kegelvormig groeiende Lawsoncipres. Het is eveneens een jeugdvorm die zijn priemvormige schubnaalden behoudt en op latere leeftijd geen echte schubben krijgt.
Volwassen exemplaren bereiken een lengte van twee tot drie meter. Het is een sierlijke, slanke vorm, dicht vertakt met fraaie opstaande takken en topscheuten. Hij heeft wel de neiging om na verloop van tijd meerdere kegelvormige zuilen te vormen waardoor hij breder wordt. Door de opgaande stammen weg te snoeien kan dat tegengegaan worden.
'Ellwood's Gold' is gevonden door de Britse kweker A.P. Hillier.
'Award of Garden Merit' 1993, 2002

Shape

  • Growing habit: De kroon is smal zuil- tot kegelvormig, heel dicht vertakt, met opgaande takken vanaf de basis. Hij heeft wel de neiging om na verloop van tijd meerdere zuilen te vormen waardoor hij breder wordt.
  • Height: 2-3 m
  • Width: 1-2 m
  • Vigour: matig
  • Root system: gevoelig voor verdichting en verharding

Leaf

  • Shape: Kleine, driehoekige overlappende schubbladeren, 3-5 mm lang; zijn in vier rijen bevestigd aan de afgeplatte, horizontale, waaiervormige twijgen. Ze doen denken aan varenbladeren en voelen zacht aan
  • Color: Groen met goudgele puntjes en goudgele bladtoppen. Tijdens de zomer verbleken de uiteinden van de twijgjes, maar elk voorjaar geeft de cultivar een nieuwe lichting goudgele topjes. Het binnenste loof is geelgroen
  • Fall color: wintergroen
  • Special features: aromatisch

Flower

  • Shape: Kleine mannelijke kegels, knotsvormig, 3-5 mm lang; zitten met veel aan de toppen van de twijgen. Vrouwelijke kegels zijn bolvormig, ong 1 cm groot; Ze zitten aan de toppen van kortere twijgen
  • Color: De mannelijke katjes zijn donker rood, later geel door het stuifmeel en uiteindelijk donkerbruin; vrouwelijke kegels zijn groen
  • Point of time: april-mei
  • Special features: Eenhuizig

Fruit

  • Shape: Houtige, bolvormige kegels van 7 à 10 mm in doorsnede; met 4 paar tolvormige, geribbelde schubben; met korte stekel in het midden; gevleugelde zaden
  • Color: eerst groen met blauwig waas, bij rijping purperbruin
  • Point of time: rijp september-oktober

Stem

  • Stem / bark: Bast is roodbruin later grijsbruin, bij het verouderen vezelig en diep gegroefd, schilfert in verticale lagen af

Cultivation requirements

  • Stand: zon / halfschaduw, enigszins beschut tegen wind
  • Ground: vochthoudende, goed gedraineerde, humeuze grond, zand of leem, neutraal tot zuur, geen kalk
  • Climate zone: 5b
  • Special features: matig gevoelig voor luchtverontreiniging en droogte, wel zeer geschikt voor stedelijke omgeving.

Share this page