Chamaecyparis obtusa Torulosa (Chamaecyparis obtusa Coralliformis)

Decoratief blad Lichte schaduw Zure grond Klein Opvallende geur Wintergroen Volle zon

Description

Chamaecyparis obtusa ‘Coralliformis’ is een semi-dwergvorm van de Japanse Hinokicipres. Heeft aanvankelijk een afgevlakt kogelvormige groeiwijze, later breder, opgaand uitgroeiend. De vrij dunne takken groeien door elkaar. De bruinrode twijgen met glanzend blauwgroene schubben zijn waaiervormig, schelpachtig vertakt, gedraaid en verdikt waardoor ze op een koraal lijken.
Een typisch kenmerk van de Hinokicipres zijn de schubachtige blaadjes in twee groottes en twee vormen. Ze zitten paarsgewijs, elkaar overlappend, dicht op de twijgen. Op de jonge twijgen zijn de schubben nog niet volgroeid en lijken ze meer op brede naalden.
Hij groeit traag – na tien jaar is hij ongeveer 1 m hoog - en wordt vaak aangeraden voor rotstuintjes en potten. Maar uiteindelijk wordt het toch een vrij grote struik van zowat 2-3 m hoog en 1,5-2,5 meter breed, dus niet direct geschikt voor het doorsnee voortuintje of rotstuintje.

Shape

  • Growing habit: Het is een semi-dwergvorm met aanvankelijk een afgevlakt kogelvormige groeiwijze, later breder, opgaand uitgroeiend. De vrij dunne takken groeien door elkaar. De twijgen zijn waaiervormig, schelpachtig vertakt, gedraaid en verdikt waardoor ze op een koraal lijken.
  • Height: 2-3 m
  • Width: 1,5-2,5 m
  • Vigour: traag
  • Root system: gevoelig voor verdichting en verharding

Leaf

  • Shape: Kleine, dakpansgewijs overlappende schubbladeren met stompe top; paarsgewijs gerangschikt in twee verschillende groottes, de kleine ruitvormig, de grotere lang en smal;
  • Color: glanzend donker blauwgroen met bruine vlekjes, met een wit x-kruisje aan de onderkant
  • Fall color: wintergroen
  • Special features: eucalyptusgeur

Flower

  • Shape: Kleine mannelijke kegels, knotsvormig, 3-5 mm lang; zitten aan de toppen van de twijgen. Vrouwelijke kegels zijn bolvormig, ong 1 cm groot; Ze zitten aan de toppen van kortere twijgen.
  • Color: De mannelijke katjes zijn roodbruin; vrouwelijke kegels zijn geelgroen tot lichtbruin
  • Point of time: april-mei
  • Special features:

Fruit

  • Shape: Houtige, bolvormige kegels van 8 à 12 mm in doorsnede; met 8-12 geribbelde schubben met bovenaan een inkeping; gerangschikt in tegenoverstaande paren; zitten alleenstaand aan korte steeltjes; gevleugelde zaden.
  • Color: eerst groen, uiteindelijk oranjebruin
  • Point of time: rijp september-oktober; rijpen in één jaar

Stem

  • Stem / bark: Bast is roodbruin en voelt zacht aan, bij het verouderen vezelig en diep gegroefd, schilfert in verticale lagen af

Cultivation requirements

  • Stand: zon / halfschaduw, enigszins beschut tegen wind
  • Ground: vochthoudende, goed gedraineerde, humeuze grond, zand of leem, neutraal tot zuur, geen kalk
  • Climate zone: 4
  • Special features: matig bestand tegen luchtverontreiniging; geschikt voor stedelijke omgeving

Share this page