Cephalotaxus drupacea (Cephalotaxus harringtonia)

Decoratief blad Lichte schaduw Klein Eetbaar Opvallende vrucht Opvallende geur Wintergroen Volle zon

Description

De knop- of pruimtaxus, Cephalotaxus harringtonia, is nauw verwant aan de taxus, maar is iets minder winterhard en wordt ondermeer  daarom minder vaak aangeplant.
C. harringtonia was de eerste soort uit dit geslacht die in 1829 uit Japan in België werd ingevoerd door de Duits-Nederlandse plantkundige Philip von Siebold. Het is nog steeds de meest aangeplantte soort. Hij is genoemd naar de Earl of Harrington. C. harringtonia is inheems in Noord-China, Korea en Japan (van Kyushu in het zuiden tot Hokkaido in het noorden), en groeit vooral aan de kust en in bergachtige streken.
Het is een breed uitgroeiende struik met grote glimmend groene naalden. Na 10 jaar circa 3 meter hoog. In de natuur vaak een boomvorm maar in cultuur meestal een brede struik. Er bestaat ook een zuilvormige cultivar. Hij kan ook als haag worden gebruikt.
De eivormige zaden lijken op kleine pruimen en worden in Japan ook gegeten.

Shape

  • Growing habit: Kleine meerstammige boom of flinke struik met een vrij brede, ovaalronde kroon; dicht vertakt, takken buigen opwaarts.
  • Height: 2-6 m
  • Width: 1-3 m
  • Vigour:
  • Root system:

Leaf

  • Shape: lange, smalle, platte naalden, leerachtig, buigzaam en sikkelvormig gebogen, 3 - 4 cm lang en 2-3 mm breed, met spitse top; staan in dichte rijen per twee in V-vorm aan de loot, wijzen naar boven en naar buiten
  • Color: glanzend donkergroen, met twee brede, grijsgroene strepen aan de onderkant
  • Fall color: wintergroen
  • Special features: aromatisch

Flower

  • Shape: mannelijke bloemen bolvormig, staan per twee aan korte stelen onder aan de basis van de naalden; vrouwelijke bloemen bolvormig, hangen per twee aan gebogen stelen aan de basis van de scheuten
  • Color: mannelijke bloemen bleek crèmekleurig, later bruin
  • Point of time: maart-april
  • Special features: Tweehuizig, mannelijke en vrouwelijke bloemen staan op verschillende planten; soms eenhuizig

Fruit

  • Shape: ovaal eirond, ong. 2-3 cm groot; hangen alleen of per twee aan 1 cm lange steel; vlezig omhulsel met harde kern
  • Color: olijfgroen met donkergroene strepen, later glanzend bruin
  • Point of time: rijp in september

Stem

  • Stem / bark: Bast is grijs- tot roodbruin, vezelig, afschilferend in dunne stroken; jonge twijgen groen, later roodbruin; Zeer kleine ronde knopjes;

Cultivation requirements

  • Stand: Zon / halfschaduw; beschut tegen felle wind
  • Ground: vochtige, goed gedraineerde bodem, bij voorkeur licht zanderig, neutraal tot licht zuur
  • Climate zone: 6b
  • Special features: Goed bestand tegen droogte en hitte; windgevoelig

Share this page