Cedrus libani Glauca Pendula

Decoratief blad Kalkhoudende grond Middelgroot Opvallende geur Decoratieve schors Wintergroen Volle zon

Description

Cedrus atlantica of C. libani ‘Glauca Pendula’ is een merkwaardige treurvorm van de Atlasceder met intens grijsblauwe naalden. Meestal meerstammig, waarbij de hoofdtakken in grote bogen naar beneden hangen en de zijtakken als een waterval tot tegen de grond hangen. Wanneer de takken niet gesteund of geleid worden, ontstaat een merkwaardige, breed uitgroeiende en laag blijvende boom van slechts enkele meters hoog en vele meters breed. Worden de hoofdtakken ondersteund of geleid, dan ontstaat een treurvorm die ongeveer zes meter hoog en heel breed kan worden.

Shape

  • Growing habit: Meestal meerstammige boom, waarbij de hoofdtakken in grote bogen naar beneden hangen en de zijtakken tot tegen de grond hangen. Op oudere leeftijd is de top afgevlakt.
  • Height: 4-8 m
  • Width: 5-15 m
  • Vigour: traag
  • Root system: gevoelig voor verharding en verdichting

Leaf

  • Shape: stijve, spitse naalden, 2-3 cm lang, staan afzonderlijk in cirkels op de lange takken; na een aantal jaren groeien kleine naaldbundels stervormig op de secundaire korte twijgen
  • Color: fel blauwgrijs, met zilverachtig witte waas
  • Fall color: wintergroen
  • Special features: aromatisch

Flower

  • Shape: De mannelijke kegels zijn conisch en hebben een lengte van 3 tot 5 cm. rechtopstaand op de kortere loten; vrouwelijke kegels zijn eivormig, 1-2 cm, en wijzen naar boven
  • Color: mannelijke kegeltjes zijn geelachtig of een beetje roze. De vrouwelijke bloemen zijn lichtgroen of roze
  • Point of time: september-oktober
  • Special features: Eenhuizig; Hij bloeit vanaf 10-15 jaar

Fruit

  • Shape: Kegels zijn rechtopstaand en tonvormig tot eirond met een uitholling aan de top, 5 tot 8 cm lang en 3-4 cm breed. De schubben zijn ongeveer 3,5 cm breed; Eens rijp, vallen de schubben af en komen de gevleugelde papierachtige zaden vrij
  • Color: groen, later paarsbruin
  • Point of time: Ze rijpen in twee jaar, vallen af in het voorjaar

Stem

  • Stem / bark: Schors is glad en zilvergrijs, bij het ouder worden komen er groeven in de boomschors en vormen zich grote platen die afschilferen. Jonge scheuten zijn dicht behaard. De knoppen zijn glimmend, blauwachtig groen en hebben een lengte van 1 tot 2 cm. Ze zitten vaak in bosjes van circa 40 stuks bijeen

Cultivation requirements

  • Stand: zon / lichte schaduw, enigszins beschut tegen koude wind
  • Ground: Verkiest een eerder lichte, goed doorlaatbare maar vochthoudende zand of leemgrond; bij voorkeur kalkrijk, maar verdraagt licht zure grond
  • Climate zone: 6b
  • Special features: Jonge bomen beschermen tegen strenge vorst; Goed bestand tegen droogte; goed bestand tegen luchtvervuiling en geschikt voor een stedelijke omgeving; vrij goed bestand tegen wind; de centrale stam mag nooit gesnoeid worden

Share this page