Cedrus deodara

Decoratief blad Zure grond Groot Opvallende vrucht Opvallende geur Decoratieve schors Wintergroen Volle zon

Description

De Himalayaceder, Cedrus deodara, is inheems in de westelijke Himalaya aan de grens tussen India en Pakistan, en groeit er op hoogtes tussen 1.000 en 3.600 m. Het is de Heilige Boom van de Hindoes. In het Sanskriet heet hij Deva-Deva wat betekent gewijd aan god.
Hij werd in Europa ingevoerd in 1831 en op grote schaal aangeplant in kasteelparken. Het is een heel schilderachtige en elegante boom, maar omdat hij nogal vorstgevoelig is en milde winters nodig heeft, zijn bij ons weinig oude en echt grote exemplaren bewaard gebleven.
In de natuur is het een imposante boom die tot 50-70 m hoog kan worden en zeer breed. Bij ons wordt hij zelden hoger dan 20-30 m. Hij is eenstammig met een doorgaande stam, of met een aantal dikke, verticale zware takken aan de basis. Zijn kroon is kegelvormig met een overhangende top. Heel typisch zijn de als een waterval afhangende twijgen wat de boom een beetje het uitzicht van een treurboom geeft. De naalden zijn spits, dun, zacht, buigzaam en meestal lichtgroen, zelden blauw of grijsgroen. De kegels zijn blauwachtig berijpt, later roodbruin.
De etherische olie die uit de Himalayaceder wordt gewonnen werd vroeger gebruikt als een antisepticum en tegen TBC.
Award of Garden Merit 1993, 2002

Shape

  • Growing habit: Vrij brede, hoge boom. Hij is eenstammig met een doorgaande stam, of met een aantal dikke, verticale zware takken aan de basis. De kroon is breed kegel- of piramidevormig met een overhangende top; ook de dikke, horizontaal staande takken buigen door; twijgen hangen op een zeer kenmerkende wijze naar beneden, waardoor hij een beetje het aspect van een treurboom heeft; met het ouder worden wordt hij breder en meer schermvormig met afgeplatte top.
  • Height: 15-25 m
  • Width: 8-15 m
  • Vigour: traag
  • Root system: matig gevoelig voor verharding en verdichting

Leaf

  • Shape: zachte, buigzame, spitse naalden, 4-5 cm lang; staan afzonderlijk in cirkels op de lange takken en in dikke bosjes spiraalsgewijs op de korte loten. Ze worden om de drie-vier jaar vernieuwd.
  • Color: meestal lichtgroen, nieuwe naalden grijzig blauwgroen
  • Fall color: wintergroen
  • Special features: sterk aromatisch; bij strenge vorst kunnen de naalden bevriezen en afvallen, maar ze herstellen nadien.

Flower

  • Shape: De mannelijke katjes zijn banaanvormig, 4 tot 5 cm, in groepjes rechtopstaand op de korte loten; vrouwelijke kegels zijn klein eivormig, 1-2 cm, en wijzen naar boven
  • Color: mannelijke kegeltjes zijn eerst paarsrood, later geelachtig als ze opengaan en stuifmeel verspreiden. De vrouwelijke bloemen zijn licht groen
  • Point of time: september-oktober
  • Special features: Eenhuizig; Hij bloeit vanaf 20-25 jaar

Fruit

  • Shape: Kegels ovaal tonvormig met een ronde top, 7-12 cm lang en 5-6 cm breed. Bevatten veel hars; geribbelde schubben; Ze staan op korte steeltjes, rechtopstaand, alleen of met twee, in de top van de boom; Eens rijp, vallen de schubben af en komen de gevleugelde papierachtige zaden vrij.
  • Color: lichtgroen, blauwachtig berijpt, later roodbruin
  • Point of time: Ze rijpen in twee jaar, vallen af in het voorjaar

Stem

  • Stem / bark: Schors is glad en heel donkerbruin, bijna zwart, bij het ouder worden ruw en sterk gegroefd. Jonge scheuten zijn donzig behaard. De knoppen zijn klein en rond. Het hout is zeer aromatisch.

Cultivation requirements

  • Stand: zon, beschut
  • Ground: Verkiest een eerder lichte, goed doorlaatbare, vruchtbare bodem, bij voorkeur neutraal tot licht zuur, geen kalk.
  • Climate zone: 7b
  • Special features: Jonge bomen beschermen tegen strenge vorst, bij strenge vorst kan de top afvriezen; gevoelig voor wind en voor luchtvervuiling; geschikt voor stedelijke omgeving

Share this page