Cedrus atlantica

Decoratief blad Lichte schaduw Groot Opvallende vrucht Opvallende geur Decoratieve schors Wintergroen Volle zon

Description

De atlasceder (Cedrus atlantica of Cedrus libani subsp. atlantica) komt van nature voor in het Atlas- en Rifgebergte in Morocco en Algerië, op een hoogte tussen 1000-2000 m. De Atlasceder wordt tegenwoordig vaak beschouwd als een geografische variant van de Libanonceder, en geen aparte soort. Het is een grote naaldboom die tot 50 m hoog groeit en meer dan 1000 jaar oud wordt. Hij werd in 1839 in Europa ingevoerd en is sindsdien zeer populair als parkboom. In het zuiden van Frankrijk werd hij in de negentiende eeuw vaak gebruikt voor herbebossingsprojecten, o.m. in de Vaucluse, de Aude en op de zuidhelling van de Mont Ventoux.
De atlasceder is de meest vorstbestendige ceder. Het is een majestatische, schilderachtige sierboom voor grote tuinen en parken, en voor publieke plantsoenen. Hij heeft een losse vorm die eerst breed kegelvormig, later onregelmatig en heel breed wordt. De top staat altijd rechtop. Hij heeft lange takken waar de naalden cirkelvormig omheen groeien. Met de ouderdom groeien kleine naaldbosjes stervormig op de secundaire twijgen. Ze zijn stijf, spits en grijsgroen, bij de cultivar 'Glauca' blauwgroen tot zilvergrijs.
De atlasceder levert geurig hout dat erg duurzaam is en waaruit etherische olie wordt gewonnen met een houtige, zoetige geur die al in het oude Egypte gebruikt werd bij het balsemen.

Shape

  • Growing habit: De eerder luchtige kroon is aanvankelijk slank en piramidaal; bij het ouder worden, wanneer de centrale stam zijn dominantie verliest, vertraagt de groei en wordt de kroon onregelmatiger en ronder van vorm, breed en kegelvormig met een afgeplatte kruin. De zware, boven elkaar liggende takken groeien eerst rechtop, buigen daarna langzaam naar beneden. De buitenste twijgen wijzen neerwaarts.
  • Height: 15-40 m
  • Width: 8-20 m
  • Vigour: matig tot snel
  • Root system: gevoelig voor verharding en verdichting

Leaf

  • Shape: stijve, spitse naalden, 2-3 cm lang, staan afzonderlijk in cirkels op de lange takken; na een aantal jaren groeien kleine naaldbundels stervormig op de secundaire korte twijgen
  • Color: donker blauwgroen, met zilverachtig witte waas
  • Fall color: wintergroen
  • Special features: aromatisch; bij strenge vorst kunnen de naalden bevriezen en afvallen, maar ze herstellen nadien

Flower

  • Shape: De mannelijke kegels zijn conisch en hebben een lengte van 3 tot 5 cm. rechtopstaand op de kortere loten; vrouwelijke kegels zijn eivormig, 1-2 cm, en wijzen naar boven
  • Color: mannelijke kegeltjes zijn geelachtig of een beetje roze. De vrouwelijke bloemen zijn lichtgroen of roze
  • Point of time: september-oktober
  • Special features: Eenhuizig; Hij bloeit vanaf 15 jaar

Fruit

  • Shape: Kegels zijn rechtopstaand en tonvormig tot eirond met een uitholling aan de top, 5 tot 8 cm lang en 3-4 cm breed. De schubben zijn ongeveer 3,5 cm breed; Eens rijp, vallen de schubben af en komen de gevleugelde papierachtige zaden vrij
  • Color: groen, later bleek paarsbruin
  • Point of time: Ze rijpen in twee jaar, vallen af in het voorjaar

Stem

  • Stem / bark: Schors is glad en donkergrijs, bij het ouder worden komen er groeven in de boomschors en vormen zich grote platen die afschilferen. Jonge scheuten zijn dicht behaard. De knoppen zijn glimmend, donkergroen of blauwachtig groen en hebben een lengte van 1 tot 2 cm. Ze zitten vaak in bosjes van circa 40 stuks bijeen.

Cultivation requirements

  • Stand: zon / lichte schaduw, enigszins beschut
  • Ground: Verkiest een eerder lichte, goed doorlaatbare maar vochthoudende zand of leemgrond, neutraal, maar verdraagt licht zure en kalkrijke grond
  • Climate zone: 6b
  • Special features: Jonge bomen beschermen tegen strenge vorst; Goed bestand tegen droogte; goed bestand tegen luchtvervuiling en geschikt voor een stedelijke omgeving; vrij goed bestand tegen wind; de centrale stam mag nooit gesnoeid worden

Share this page