Cedrus brevifolia (Cedrus libani subsp. brevifolia)

Decoratief blad Kalkhoudende grond Groot Opvallende vrucht Opvallende geur Decoratieve schors Wintergroen Volle zon

Description

De Cyprusceder, Cedrus libani subsp. brevifolia, werd vroeger als een aparte soort beschouwd, Cedrus brevifolia, maar nu als een subtype van de Libanonceder. Zijn natuurlijke habitat is beperkt tot een gebied van zo’n 500 ha in de bergen van Pophos, Troodes en Tripylos op Cyprus.
Het is met zo’n 20 m de kleinste Ceder. Qua groiewijze lijkt hij sterk op de Libanonceder. De kroon is kegelvormig, de takken staan horizontaal en hangen aan de uiteinden af. De naalden zijn zeer kort (brevifolia betekent met korte naalden), groen of groenblauw met fijne witte of gele strepen aan de bovenkant. De gladde kegels zijn eivormig en hebben aan de bovenkant een kleine, snavelvormige punt.
Award of Garden Merit 1993

Shape

  • Growing habit: Dikke, korte stam, vaak laag vertakt; de eerder luchtige kroon is aanvankelijk vrij slank kegelvormig; bij het ouder worden, wordt de kroon meer gelaagd en schermvormig afgeplat; de top is rechtopstaand of schuin opzij gebogen; de zware takken zijn vrij kort en groeien bij het ouder worden meer en meer horizontaal en hangen aan de uiteinden af.
  • Height: 15-20 m
  • Width: 10-15 m
  • Vigour: traag
  • Root system: gevoelig voor verharding en verdichting

Leaf

  • Shape: korte en vrij dikke, stijve, spitse naalden, 1-2 cm lang, een beetje gekromd; staan afzonderlijk in cirkels op de lange takken en in dikke bosjes spiraalsgewijs op de korte loten. Ze worden om de twee jaar vernieuwd.
  • Color: groenblauw met fijne geelwitte strepen aan de bovenkant
  • Fall color: wintergroen
  • Special features: sterk aromatisch; bij strenge vorst kunnen de naalden bevriezen en afvallen, maar ze herstellen nadien.

Flower

  • Shape: De mannelijke kegels zijn conisch vingervormig en hebben een lengte van 3 tot 5 cm, rechtopstaand op de korte loten; vrouwelijke kegels zijn klein eivormig, 1-2 cm, en wijzen naar boven.
  • Color: mannelijke kegeltjes zijn geelachtig of een beetje roze. De vrouwelijke bloemen zijn lichtgroen of roze
  • Point of time: Juni-september
  • Special features: Eenhuizig; Hij bloeit vanaf 20-25 jaar

Fruit

  • Shape: Kegels zijn rechtopstaand en tonvormig tot eirond met een uitholling aan de top, 7-8 cm lang, 4 cm breed; gladde schubben; Ze staan op korte steeltjes, alleenstaand; Eens rijp, vallen de schubben af en komen de gevleugelde papierachtige zaden vrij.
  • Color: groen, later paarsbruin
  • Point of time: Ze rijpen in twee jaar, vallen af in het voorjaar

Stem

  • Stem / bark: Schors is glad en donkergrijs, bij het ouder worden komen er groeven in de boomschors en vormen zich grote platen die afschilferen. Jonge scheuten zijn donzig behaard. De knoppen zijn glimmend, donkergroen of blauwachtig groen en hebben een lengte van 1 tot 2 cm. Ze zitten vaak in bosjes van circa 40 stuks bijeen. Het hout is zeer aromatisch.

Cultivation requirements

  • Stand: zon, enigszins beschut
  • Ground: Verkiest een eerder lichte, goed doorlaatbare droge zand- of leemgrond, bij voorkeur kalkrijk (pH 6,5 of hoger).
  • Climate zone: 6b
  • Special features: Jonge bomen beschermen tegen strenge vorst; Goed bestand tegen droogte; gevoelig voor luchtvervuiling, wel geschikt voor een stedelijke omgeving

Share this page