Calocedrus decurrens

Decoratief blad Lichte schaduw Zure grond Groot Opvallende vrucht Opvallende geur Decoratieve schors Wintergroen Volle zon

Description

Calocedrus decurrens, de Wierookceder, is inheems in het westen van Noord-Amerika, van Oregon over California en Nevada tot Mexico. Hij groeit er meestal op hellingen tot op een hoogte van 1000 m. Hij werd in 1853 in Europa ingevoerd. In de natuur is het een hoge en zeer brede boom – bijna even breed als hoog. In Europa heeft hij, onder invloed van de klimaatsomstandigheden (met relatief koude winters en matige warme, eerder natte zomers), meestal een smalle zuilvorm. Hij kan zeer oud worden, in Amerika zijn exemplaren bekend van meer dan 1000 jaar oud.
Door zijn hoge, zuilvormige groeiwijze en het wintergroene blad is het een statige boom om in kleine groep of in rij te planten in grotere tuinen en parken.
Het zachte, zeer aromatische hout – ook wel witte ceder genoemd - werd traditioneel gebruikt voor de fabricatie van potloden en fijn houtwerk.
Award of Garden Merit 1993, 2002

Shape

  • Growing habit: Dikke, rechte stam, opgezwollen aan de voet; met smalle, zuilvormige kroon; korte, platte takken, uitgespreid vanaf de grond, sterk gebogen opgaand
  • Height: 15-30 m
  • Width: 3-5 m
  • Vigour: langzaam tot matig
  • Root system: gevoelig voor verharding en verdichting

Leaf

  • Shape: Kleine schubvormige naalden, 3-15 mm lang (jonge bladeren op nieuwe scheuten zijn langer); met brede, min of meer driehoekige, afstaande top; Staan dicht op de takken bijeen in twee paren, dakpansgewijs gerangschikt als een waaier
  • Color: donkergroen tot grijsgroen
  • Fall color: wintergroen
  • Special features: Zeer aromatisch

Flower

  • Shape: Kleine, onopvallende kegeltjes (strobili), eindstandig; mannelijke en vrouwelijke bloemen staan op verschillende takken aan dezelfde boom
  • Color: mannelijke katjes geelbruin tot lichtbruin, vrouwelijke geel
  • Point of time: april-mei
  • Special features: Eenhuizig

Fruit

  • Shape: eivormig, 1,5-3,5 cm lang; aan de top haakvormig; houterig, met vier tot zes schubben die bij de rijpe kegel openstaan; hangend
  • Color: groen of geelgroen; worden oranje- tot roodbruin bij rijping
  • Point of time:

Stem

  • Stem / bark: De bast is licht roodbruin, dik en schilferig; bij oude bomen sterk en onregelmatig gegroefd en vezelig, met grote, dunne stroken die loslaten, en intenser roodbruin gekleurd

Cultivation requirements

  • Stand: zon / lichte schaduw
  • Ground: goed gedraineerde, maar vochthoudende grond, bij voorkeur zand-leem, licht zuur. Geen hoge waterstand
  • Climate zone: 6b
  • Special features: Verdraagt goed droogte en hitte; Moeilijk verplantbaar

Share this page